Nieuw ontdekte minidino biedt inzicht in evolutie planteneters
Een nieuwe dinosoort die ongeveer zo groot was als een grote kip biedt volgens wetenschappers nieuwe inzichten in de evolutie van plantenetende dinosauriërs. De opvallend kleine dino leefde in het Onder-Krijt (100 miljoen tot 145 miljoen jaar geleden), in een gebied dat nu het noorden van Spanje is.
De onderzoekers hadden na de vondst van fossielen van vijf individuele dino's in het Castrillo de la Reina-gesteente direct al het idee dat ze met iets bijzonders te maken hadden, schrijven ze in een persbericht. Dat was vanwege de opvallend kleine botten: de dino was ongeveer een halve meter groot.
Toen ze met scans de botten analyseerden en een 3D-model maakten, concludeerden ze dat ze te maken hadden met een nieuwe soort. Ze gaven de minidino, die waarschijnlijk planten at in dichte bossen, de naam foskeia: een samentrekking van woorden die in het oud-Grieks staan voor licht en het zoeken van voedsel.
'Iets fundamenteel anders'Met name de schedel wijkt af van andere zogenoemde ornithopoda uit dezelfde tijd, waarvan de iguanodon - een van de allereerste dino's die werden geïdentificeerd - de bekendste is. Er waren bijvoorbeeld botten aan de voorkant aan elkaar vastgegroeid, die niet bij soortgelijke dinosaurussen te zien waren.
Ook zat het kaakgewricht hoger, hadden tanden een andere vorm en stonden die schuin naar voren in plaats van rechtop. Verder wijst de plek waar de kaakspier zat op een andere kauwbeweging.
Het was dus vooral niet een "mini-iguanodon", maar "iets fundamenteel anders", zo onderstrepen de wetenschappers in de studie, die is gepubliceerd in vakblad Papers in Paleontology.
Ornithopoda behoren tot de succesvolste planteneters uit het Krijt. De iguanodon is een van de bekendste dinosauriërs sinds hij in 1825 als een van de eerste dino's een naam kreeg en figureerde sindsdien in tal van tentoonstellingen, films en boeken.
Vult gat van 70 miljoen jaarAan het onderzoek werkten wetenschappers van onder meer Spaanse, Franse, Belgische en Argentijnse universiteiten mee. Een van hen, Marcos Becerra van de universiteit van Córdoba, zegt dat de conclusie onderstreept dat kleiner worden in de evolutie niet automatisch "evolutionaire eenvoud" betekent. "Deze schedel is raar en wijkt enorm af."
Zijn collega Thierry Tortosa van het Franse natuurreservaat Sainte Victoire zegt dat de vondst helpt met het vullen van een gat van 70 miljoen jaar. "Het is een kleine sleutel, die een enorm ontbrekend hoofdstuk ontsluit."
De wetenschappers sluiten niet uit dat hun vondst het bewijs is voor een nieuwe 'stamboom' van plantenetende dino's, maar benadrukken dat daar wel meer onderzoek voor nodig is.
Hoofdonderzoeker Paul-Emile Dieudonné hoopt dat zijn onderzoek leidt tot meer aandacht voor kleinere dinofossielen, die hij als essentieel ziet voor toekomstige inzichten. "Want deze fossielen bewijzen dat evolutie net zo radicaal experimenteerde met kleine lichaamsgroottes als met grote."