Frankrijk en Duitsland stoppen met ontwikkeling gezamenlijk gevechtsvliegtuig
Frankrijk en Duitsland trekken de stekker uit het gezamenlijke FCAS-straaljagerproject. Het jachtvliegtuig was bedoeld om Europa minder afhankelijk te maken van de Verenigde Staten. Maar na negen jaar voorbereiding, meerdere miljarden euro's en herhaald uitstel is er toch geen overeenstemming bereikt over de ontwikkeling.
De FCAS moest de huidige generatie Franse en Duitse gevechtsvliegtuigen vervangen. Maar vandaag maakten bondskanselier Merz en president Macron bekend dat het project wordt beëindigd. Na meerdere keren uitstel is daarmee eindelijk een politieke beslissing genomen over het hoofdpijndossier.
Dit jaar lekte al uit dat de Franse vliegtuigbouwer Dassault, dat de leiding zou krijgen over de bouw, weigerde belangrijke keuzes met het Europese Airbus te overleggen, het andere grote bedrijf in het project. Ook het Spaanse bedrijf Indra was bij de ontwikkeling betrokken.
Het project leidde aan beide kanten tot frustraties, stelde defensieanalist Ulrike Franke in december. "Achter gesloten deuren klinkt het in Berlijn vaak dat Frankrijk vooral wil dat Duitsland voor het vliegtuig betaalt, terwijl de Fransen de indruk hebben dat Duitsland hun intellectueel eigendom en marktaandeel wil afpakken."
Combat CloudHet doel was om de nieuwe gevechtsvliegtuigen in 2040 in de lucht te hebben, een eerste testmodel stond gepland voor 2027. De totale kosten voor het project werden vooraf geschat op meer dan 100 miljard euro. Daarvan zijn de afgelopen jaren zeker enkele miljarden uitgegeven.
De twee landen blijven samen werken aan een zogenaamde 'Combat Cloud'. Dat is een koppeling van verschillende wapensystemen, platforms en sensoren, zoals een zwerm drones die een vliegtuig kunnen begeleiden.
Duitsland-correspondent Charlotte Waaijers:"Hiermee komt er een pijnlijk einde aan een project dat symbool moest staan voor betere Europese militaire samenwerking. Juist nu Europa zich weerbaar wil maken en niet vanzelfsprekend op de VS kan rekenen, is het belang van het ontwikkelen van eigen militaire systemen groot.
In de praktijk blijken de eigen industriële belangen van de landen toch nog in de weg te zitten. Het project lijkt ook te zijn ingehaald door een nieuwe werkelijkheid. Zo had het ontwikkelen van de eigen militaire capaciteit voor Duitsland negen jaar geleden nog geen hoge prioriteit, maar nu kijkt de regering gerichter naar wat het leger daadwerkelijk nodig heeft om slagkrachtig te zijn. Daarvoor lijkt de FCAS niet meer te kunnen voldoen.
Er wordt al druk gespeculeerd over alternatieven: het project opsplitsen? Aanhaken bij een Italiaans, Brits, Japans project? Komende maand bij de Frans-Duitse ministerraad moeten de defensieministers met nieuwe plannen komen voor samenwerking. Een symbool voor gemeenschappelijke daadkracht is dat voorlopig nog niet."