Rekenkamer: statushouder niet aan het werk door lange procedure en taalobstakels
Nederland slaagt er nauwelijks in om statushouders aan het werk te krijgen in sectoren met grote personeelstekorten. Dat is de conclusie van de Algemene Rekenkamer in een rapport over de inburgeringswet.
De Rekenkamer vindt dat het ministerie van Sociale Zaken moet aangeven wat het doel van inburgering is en daar ook beleid op moet maken.
Lange asielprocedures en het gebrek aan woningen leiden ertoe dat erkende vluchtelingen lastiger een baan vinden en niet de juiste diploma's halen, staat in het rapport.
Ook verplichte taallessen zijn een obstakel. Betaald werk blijkt lastig te combineren met die lessen en er is een tekort aan taaldocenten, staat in het rapport. Een van de suggesties is om taalonderwijs op de werkvloer mogelijk te maken.
Doordat de inburgering langer duurt, worden de doelen van de inburgeringswet niet gehaald. Statushouders kunnen nog steeds niet snel aan de slag en een baan op niveau vinden is lastig.
Docent als flitsbezorgerDe inburgeringswet werd ingevoerd in 2022 en had als doel dat statushouders zo snel en goed mogelijk mee kunnen doen aan de Nederlandse maatschappij. Daarvoor is onder meer een zo hoog mogelijk taalniveau nodig.
Volgens de Rekenkamer zijn er verbeteringen in vergelijking met eerdere inburgeringswetten, maar leidt dat tot nu toe onvoldoende tot werk op niveau.
In de periode 2022 tot en met 2024 moesten 64.775 statushouders inburgeren. Meer dan de helft van hen (54 procent) komt uit Syrië.
Zo'n 28 procent van de erkende vluchtelingen die drie jaar geleden startte met het inburgeringstraject vond een vorm van betaald werk. Dat was vaak een laagbetaalde baan waarbij de opleiding en werkervaring uit het land van herkomst niet zijn benut. Zo werkt een verpleegkundige in de horeca en een universitair docent als flitsbezorger, schrijft de Rekenkamer.
Basiskennis NederlandsDat zou beter kunnen door het opleidingsniveau van erkende vluchtelingen beter te registreren, constateert de Rekenkamer. Nu is van 73 procent niet bekend wat het opleidingsniveau is.
Doordat asielprocedures gemiddeld twee keer zo lang duren als door de minister was voorzien, kunnen statushouders maar weinig taalles volgen.
Erkende vluchtelingen komen in sectoren te werken waar Nederlands geen vereiste is, als de horeca. In sectoren waar ook een tekort aan personeel is als zorg, bouw en IT is basiskennis van het Nederlands nodig, staat in het rapport.
De Rekenkamer vindt dat de minister sneller moet bijsturen bij problemen, dat er meer naar het individu moet worden gekeken en dat het beleid niet steeds moet worden gewijzigd.
De Tweede Kamer praat in een commissiedebat op 9 februari over integratie en inburgering.