CPB: verzekering bij arbeidsongeschiktheid helpt zzp'er maar beperkt
Een verzekering voor zzp'ers als ze arbeidsongeschikt raken, biedt weinig extra bescherming om de vaste lasten te blijven betalen. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), dat onderzocht hoelang werknemers en zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) het volhouden als ze zonder werk zitten of ziek worden.
"Voor zelfstandigen betekent het natuurlijk dat ze hun hele inkomen meteen verliezen terwijl werknemers nog recht hebben op twee jaar loondoorbetaling bij ziekte", zegt Jonneke Bolhaar, hoofd Arbeid en Kennis bij het CPB. In 2030 wordt het voor zzp'ers waarschijnlijk verplicht om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.
Als een zelfstandige dan arbeidsongeschikt raakt, krijgt die na twee jaar ziekte een uitkering. Volgens het huidige demissionaire kabinet is driekwart van de zelfstandigen nu niet verzekerd omdat zij de kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering vaak te hoog vinden.
Problemen bij arbeidsongeschiktheidHet CPB heeft uitgezocht dat zo'n 70 procent van de zelfstandigen de eerste twee jaar vaste kosten kan blijven betalen. Met een verzekering met een wachttijd van een jaar stijgt dat aantal iets: dan kan 75 procent van de zelfstandigen de vaste kosten blijven betalen. Daartegenover staat dat een op de vier zzp'ers dat dus niet kan.
Volgens onderzoekers van het CPB is er ook een aanzienlijk deel van de Nederlandse ondernemers dat het slechts een paar maanden kan uitzingen als plots het inkomen wegvalt. Het gaat om ruim 15 procent van de zelfstandigen.
"De meeste mensen kunnen het best een periode volhouden, maar een behoorlijk deel ook niet", concludeert Bolhaar. "Als je al binnen een jaar in de problemen komt, helpt een verzekering die je na twee jaar krijgt niet zo veel."
Weinig spaargeldHet inkomen van mensen in dienst bij een bedrijf of organisatie is gemiddeld relatief hoog bij werkloosheid of als door ziekte niet meer (volledig) kan worden gewerkt. Dat komt vooral doordat werknemers premie betalen en in zo'n pechgeval dus recht hebben op uitkeringen zoals de WIA en de WW. Iemand die voor zichzelf werkt, heeft dat niet en kan doorgaans een kortere periode overbruggen voordat het eigen geld is opgemaakt aan zaken als de huur, hypotheek of energierekening.
Het is niet de enige groep die financieel kwetsbaar is als het inkomen wegvalt door baanverlies of ziekte. Volgens het CPB hebben ook jongeren, huurders en alleenverdieners beperkt spaargeld. Dat is bij hen gecombineerd met een vaak lager inkomen. Tegelijkertijd zijn zij vaak een relatief groot deel van het inkomen kwijt aan vaste lasten. Als hun inkomen plots wegvalt, komen deze groepen dus sneller geld tekort.