Het bouwen van een carnavalswagen wordt steeds duurder. De energiekosten stijgen, net als de kosten voor het materiaal en de verzekering. Gemeenten springen steeds vaker financieel bij, om te voorkomen dat wagenbouwers afhaken en de carnavalscultuur verloren gaat.
De Limburgse gemeenten Roermond, Roerdalen, Maasgouw en Beesel, de Gelderse gemeente Berg en Dal en de Brabantse gemeente Bladel trekken geld uit voor bouwers van carnavalswagens. Ook onderzoekt de provincie Limburg of het mogelijk is om geld beschikbaar te stellen. Voor carnaval dit jaar gaat dat niet meer lukken, maar mogelijk wel volgend jaar.
In de gemeente Beesel is de subsidie dit jaar nieuw:
Tijl Peeters van carnavalsgroep De Prutsers is er blij mee. De laatste jaren kostte de wagen steeds zo'n 3500 euro. De groep heeft wel sponsoren, maar alle vrienden moeten zelf zo'n 70 euro bijleggen. "Met de subsidie kunnen we de verzekeringskosten gelukkig deels dekken", zegt Peeters.
Duurder en meer regels
De Prutsers zijn druk bezig met het schilderwerk, het frame en de bekleding van hun wagen. Over een aantal weken willen ze meelopen in de optochten van Beesel en Swalmen.
Maar daarvoor moeten ze hun praalwagen eerst verzekeren, en niet één keer, maar voor iedere optocht apart. Om mee te doen in Beesel betalen ze 215 euro aan verzekeraar de Vereende, een van de weinige verzekeraars die een verzekering aanbiedt voor praalwagens. Voor de optocht in Swalmen zijn De Prutsers zo'n 150 euro kwijt omdat hier een collectieve verzekering is.
De kosten van de verzekering zijn flink gestegen in de afgelopen jaren, zegt Bert Sonneveld van de Vereende. Sinds 2020 is de premie met zo'n 19 procent omhooggegaan. Deels komt dat volgens hem door de inflatie, deels doordat de kosten per letselschade zijn gestegen.
Ook zijn de regels vanuit de verzekeraars een aantal jaar geleden aangescherpt. Zo moet een carnavalswagen een stevig hek hebben van ten minste 1,20 meter hoog. Ook mogen er maximaal twintig mensen op het voertuig staan.
"Dit jaar zijn we met 24 man", zegt Peeters van De Prutsers. "Als we willen voldoen aan de regels, moeten er dus verplicht mensen naast de wagen lopen."
Niet meer 'even' meedoen
Die kosten en regels maken het steeds lastiger om 'even' mee te doen aan een carnavalsoptocht, zegt John Timmermans van de Bond Carnavalsverenigingen in Limburg. "Hier in Limburg zie je dat wagenbouwers soms afhaken. In plaats daarvan doen ze dan mee als loopgroep met een handkar."
Hij vindt dat zonde. "Op deze manier verdwijnt een stukje cultuur. Dat wordt hier onder de rivieren als een gemis ervaren, want samen een carnavalswagen bouwen zorgt voor sociale verbinding."
Ook Linda van den Beucken, wethouder van de gemeente Beesel, vindt het behoud van de carnavalswagens belangrijk. "Het wordt hier met de paplepel ingegoten: als kind plak je propjes crêpepapier op de wagen, later ga je zelf wagens bouwen. Het creëert gemeenschappen, er ontstaan vriendschappen en verbinding onderling."
De gemeente Beesel hoopt met de subsidieregeling bij te dragen aan de toekomst van de traditie. Van den Beucken vindt het niet zonde van het gemeenschapsgeld. "Bijna iedereen hier in de regio die bijdraagt aan dat gemeenschapsgeld, zal zeggen dat dit iedere euro waard is. Vastelaovend vieren zit hier in het bloed."