"De machtigste mensen van het land" noemt president Trump ze: de topmensen van Google, Oracle, Meta, Microsoft, OpenAI en Amazon. Hij ontving hen gisteren in het Witte Huis om een convenant te ondertekenen. Dat moet de ongewenste neveneffecten van hun nieuwe datacentra een halt toeroepen, zoals de stijging van stroomprijzen. "Ze hebben wat hulp bij hun PR nodig", aldus Trump.
In een land waar burgers tot op het bot verdeeld zijn, verenigen links en rechts zich in het verzet tegen de explosieve groei van datacenters. Die krijgen onder president Trump ruim baan: kunstmatige intelligentie is het belangrijkste speerpunt van zijn economisch beleid. Maar de vraag naar elektriciteit zal het komende decennium verdrievoudigen, met alle gevolgen van dien.
Ook aanhangers morren
Door het hele land klinkt gemor. Zelfs in Oklahoma, een van de meest Republikeinse staten van de VS, gaan zijn stemmers en partijgenoten tegen de president in.
In de tuin van Marjorie Curless wappert fier een Trump-vlag. Vlak bij haar woning in Sand Springs, bij Tulsa, moet een reusachtig datacenter verrijzen, ingeklemd tussen boerenbedrijven. "Zet ze niet tussen paarden, koeien, kippen en zwijnen", waarschuwt Curless, die op dit punt teleurgesteld is in haar president.
"Het lijkt wel een virus", vindt Rick Plummer. "Overal waar je kijkt, schieten ze uit de grond." Plummer is paardenfokker en traint zijn dieren voor rodeo's, waar hij met een lasso kalveren of stieren vangt. Zijn ranch grenst aan het toekomstige datacenter. Hij vreest dat het gezoem van koelinstallaties en transformatoren de voortplantingscyclus van zijn merries verstoort.
Zijn buurman Brian Ingram maakt zich zorgen dat de elektraprijzen zullen stijgen door de grote vraag. De gemiddelde prijs per kilowattuur voor inwoners van Oklahoma is afgelopen jaar al met 7 procent gestegen; landelijk was dat 6,3 procent. Ingram is ook niet blij met de dieselgeneratoren die als back-up worden gebruikt. Zijn erf is bezaaid met protestborden tegen het datacentrum.
Het complex wordt bijna honderd voetbalvelden groot. "Daarbij vergeleken is de Boeing-fabriek in Seattle een speeltje", zegt Kyle Schmidt. Hij leidt een actiegroep tegen de gebouwen, die servers moeten huisvesten voor Google.
Moederbedrijf Alphabet en andere techgiganten investeren alleen al dit jaar 500 miljard dollar in de bouw van zulke complexen. "Ze lijden aan goudkoorts", zegt Schmidt. "Bedrijven bouwen zo snel mogelijk, voordat er regels komen."
Als het aan president Trump ligt, wordt techgiganten zo min mogelijk in de weg gelegd. Hij probeerde wettelijk vast te leggen dat staten geen eigen regels over kunstmatige intelligentie mogen opleggen aan techbedrijven. De Senaat stak daar een stokje voor, maar Trump zette delen van zijn plan alsnog per decreet door.
Ook versnelde Trump de vergunningsprocedures voor de bouw van datacenters en versoepelde hij milieuregels. Hij stelt federale grond beschikbaar voor techbedrijven. Maar staten zijn niet altijd even scheutig. Een Republikeinse senator in Oklahoma stelt een driejarige bouwstop voor om de impact van datacenters te onderzoeken.
In Sand Springs probeert Google de zorgen weg te nemen tijdens een drukbezochte hoorzitting in de lokale high school. Vertegenwoordigers van het bedrijf voorspellen dat de bouw honderden miljoenen aan economische voordelen zal opleveren voor midden- en kleinbedrijven, hotels, restaurants en tankstations.
Ook belooft het bedrijf het lokale onderwijs met royale giften te steunen. Dat leidt tot schampere reacties uit de zaal, waar honderden inwoners zich met protestborden hebben verzameld.
Burgemeester Jim Spoon looft de "genereuze" opstelling van Google en hoopt dat het datacenter banen oplevert. De gemeenteraad stemt unaniem in met de bouw, waarna een politiecordon zich voor hen opstelt om verontwaardigde burgers op afstand te houden.
"Hun houding is: we doen wat we willen, en als je het oneens bent, sleep je ons maar voor de rechter", zegt Kyle Schmidt. "Dat is precies wat we gaan doen." Volgens Schmidt overtreedt de gemeente met het akkoord haar eigen regels. Hij heeft bovendien contact met andere actiegroepen, onder meer in Pennsylvania, Minnesota en Missouri.
President Trump lijkt gevoelig voor de protesten. Hij zette techbedrijven onder druk om zelf elektriciteit op te wekken voor hun datacenters. Volgens Trump dachten ze eerst dat hij een grapje maakte. Experts betwijfelen of de beloften de stijgende elektraprijzen zullen afremmen: de afspraken zijn vrijwillig en niet afdwingbaar.
Lena Moffitt van milieuorganisatie Evergreen Action is cynisch: "Nu de elektraprijzen stijgen door Trumps 'vervuiler-eerst-beleid', probeert hij dit onder het tapijt te vegen met een fotomoment."
De techbazen prijzen hem in het Witte Huis met lovende woorden. Dan breekt Trump de bijeenkomst af: "Ik moet me nu weer met de oorlog bezighouden."