Vrouwelijke rechters gediscrimineerd, kregen lager salaris dan mannen voor hetzelfde werk
De overheid heeft vrouwen gediscrimineerd die begonnen aan de opleiding tot rechter, oordeelt het College voor de Rechten van de Mens. Zij kregen een lager salaris dan hun mannelijke collega's, terwijl ze hetzelfde werk doen.
Volgens het College komt dat door het beloningsbeleid dat de Staat voerde van 1994 tot 2023. Mensen die aan de opleiding tot rechter begonnen, kregen daarbij de vraag wat hun laatstverdiende salaris was. Op basis daarvan werd hun startsalaris bepaald. Volgens het College ontstond er daardoor een verschil tussen mannen en vrouwen, omdat vrouwen gemiddeld een lager salaris hebben.
Ook zijn er bijvoorbeeld grote verschillen tussen wat mensen uit de sociale of commerciële advocatuur verdienen. Dat leidt er volgens het College ook toe dat er makkelijk grote verschillen ontstaan als ze een stap maken naar de rechterlijke macht.
Loon 3,5 procent lager dan mannenUit een onderzoek in 2023 naar de verschillen in beloning van rechters in de opleiding is ook gebleken dat vrouwen gemiddeld een 3,5 procent lager startsalaris krijgen dan hun mannelijke collega's. Het College vindt daarom dat er een vermoeden is van onderscheid op grond van geslacht.
De Staat beargumenteerde dat de manier om het startsalaris te bepalen "deugdelijk, transparant en in overeenstemming met sociale partners is gevormd". Het College is het met de Staat eens dat de methode een geschikt middel was om geschikte nieuwe rechters aan te trekken. "Maar een middel is pas noodzakelijk als het doel niet met andere, minder onderscheid makende middelen kan worden bereikt."
Nieuwe methodeDe uitspraak gaat over een oude methode om het startsalaris te bepalen. Inmiddels heeft de Staat een ander inschalingsbeleid ingevoerd bij de opleiding tot rechter. Er wordt nu dus niet meer gevraagd naar het laatstverdiende loon. Het College roept de Staat op om te kijken of rechters compensatie kunnen krijgen, maar kan de overheid niet dwingen om dat te doen.
De zaak was door een stichting bij het College voor de Rechten van de Mens neergelegd. Daarnaast waren ook drie individuele rechters naar het College gestapt.
Ook in deze drie individuele gevallen vond het College dat vrouwelijke rechters een ongelijke beloning kregen. "Zo ontving in een van de gevallen de mannelijke collega maandelijks bruto 1914,65 euro meer dan de vrouwelijke collega voor gelijkwaardig werk, terwijl zij nagenoeg dezelfde werkervaring hadden", schrijft het College in de uitspraak.