"Schrijven is uitgesteld sterven", zei Cees Nooteboom in 2023 toen hem werd gevraagd wat er na zijn dood zou overblijven van zijn werk. Hij zou al met één regel poëzie tevreden zijn. Vandaag overleed hij, 92 jaar oud.
In 2023 had hij net zijn verzamelde gedichten uit de jaren 1955-2022 gepubliceerd, een pil van 656 pagina's. Maar als er één regel van hem zal voortleven, komt die misschien eerder uit zijn bekendste roman, Rituelen uit 1980: "Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil".
Nooteboom, auteur van reisverhalen, essays, romans en gedichten, stond in Nederland nooit in de lijstjes van belangrijkste schrijvers, zoals 'de Grote Drie' Hermans, Mulisch en Reve, maar over de grens werd hij wél beschouwd als een groot auteur. Daarom werd hij ook jaar in, jaar uit genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Literatuur.
Het zaad van de onrust
In Nederland voelde hij zich nooit echt thuis. Hij werd gezien als een typisch Europese schrijver, en woonde ook op verschillende adressen in Europa. Sinds 1965 ging hij elke zomer naar zijn huis op het Spaanse eiland Menorca. Daarnaast had hij huizen in Amsterdam, Berlijn en Hofgut Missen, in Zuid-Duitsland aan de Bodensee.
Zijn leven lang had hij een drang om te zwerven, een neiging die hij toeschreef aan zijn vader, een zakenman die in 1945 omkwam bij het bombardement op het Bezuidenhout in Den Haag. "Het is jouw schuld dat ik almaar als een gek over de wereld moet draaien, jij hebt het zaad van die onrust in mij gezaaid", schreef hij erover.
Hij was ook een typische vertegenwoordiger van de rusteloze oorlogsjeugd. Op school wilde hij niet deugen. Hij werd van vier scholen, gymnasia en katholieke kostscholen, weggestuurd en werd op 17-jarige leeftijd door zijn stiefvader het huis uitgezet.
Philip en de anderen
Om in zijn levensonderhoud te voorzien, nam hij een baantje bij een bank, maar dat hield hij niet lang vol. Hij liftte naar Zweden en naar de Provence, "dromend van een meisje", een ervaring die hij gebruikte om, nog geen twintig jaar oud, te beginnen aan zijn roman Philip en de anderen. Voor het eerste hoofdstuk kreeg hij een voorschot van 300 gulden, waarvan hij voorlopig kon leven. Hij debuteerde er in 1954 mee.
De korte roman, een romantisch en vreemd verhaal waarin de hoofdpersoon liftend door Europa een meisje zoekt, werd een succes, waarna zijn uitgeverij nog hetzelfde jaar ook zijn eerste dichtbundel, De doden zoeken een huis, uitgaf. Daarin gaf de jonge dichter blijk van een preoccupatie met de dood die hij lang zou houden.
Che Guevara en de Twin Towers
Naar eigen zeggen had hij geen idee hoe het daarna verder moest. Hij ging reisverhalen schrijven voor Elsevier, de Volkskrant en de glossy Avenue, destijds een toonaangevend blad. Daarmee was hij opmerkelijk succesvol, niet alleen omdat ze goed geschreven waren, ook omdat hij vaak op het juiste moment op de juiste plek was.
Zo was hij in 1956 ooggetuige van de Hongaarse opstand, zag hij een paar jaar later guerrillaleider Che Guevara in Bolivia, was hij in 1968 bij de studentenopstand in Parijs en in 1989 bij de val van de Berlijnse Muur. In 1975 zag hij in New York de pas gebouwde Twin Towers, "iets wat nooit kan blijven en op een dag met een zucht in elkaar zakt".
Liesbeth List
Zijn reizen hadden hem in 1954 voor het eerst in Spanje gebracht, met de brommer. Het werd zijn tweede vaderland. In 1992 schreef hij er het reisboek De omweg naar Santiago over. Hij zei dat een jaar zonder Spanje een verloren jaar was. De leegte en de ongenaakbare rauwheid van het land staken volgens hem gunstig af bij de aangeharkte benauwdheid van Nederland, waar de ruimte steeds meer verdween en de mensen steeds neurotischer werden.
Ook in de liefde was hij rusteloos, al had hij in de jaren 60 en 70 veertien jaar een relatie met Liesbeth List. De zangeres was nooit gelukkig met hem, vertelde ze achteraf, omdat hij haar zag als een onbeduidend zangeresje en zichzelf als een groot schrijver, en hij volledig wilde bepalen wat ze wel en niet mocht doen.
Pas in 1980, een kwart eeuw na zijn debuut, had hij weer succes met een roman, Rituelen. Het werd door de recensenten geprezen en werd ook goed verkocht, al is ook dit boek sterk vervreemdend. Het gaat over een doelloze man die in twee fasen van zijn leven iemand ontmoet die door eigen keuze extreem eenzaam is en zelfmoord pleegt. Die twee zijn een vader en een zoon die elkaar nooit hebben gekend.
In 1991 schreef Nooteboom als Boekenweekgeschenk Het volgende verhaal over een ex-leraar klassieke talen die in een hotelkamer in Lissabon wakker wordt, nadat hij de vorige avond in zijn appartement in Amsterdam in slaap was gevallen. In Nederland werd het boek lauw ontvangen, maar in Duitsland werd het een bestseller, nadat het op tv enthousiast was besproken in een veelbekeken boekenprogramma. "Dat jullie Nederlanders zo'n schrijver hebben!", zei de gezaghebbende literair criticus Marcel Reich-Ranicki.
Het werd Nootebooms doorbraak naar een internationaal publiek. In Duitsland kreeg Het volgende verhaal talloze herdrukken en het werd in twintig talen vertaald.
Verbittering
Vanaf toen was hij in het buitenland een grotere schrijver dan in Nederland. Dat was reden voor een zekere verbittering bij hem, hoewel hij in Nederland toch in 2004 de P.C. Hooftprijs kreeg en in 2009 de Prijs der Nederlandse Letteren.
Waarom dan toch zo ontevreden?, werd hem eens gevraagd. Hij was rijk en beroemd en zijn boeken werden hoog geprezen in Duitsland, Italië, Spanje en tal van andere Europese landen. Wat maakte hem toch zo verbeten? "Alles", antwoordde hij. "Ik ben en blijf een Nederlandse schrijver, die ook in zijn eigen taalgebied gewaardeerd en gerespecteerd wil worden."
"Ik zit hier goed"
De laatste jaren bleef hij uit de publiciteit. In 2025 slaagde de schrijver Thomas Heerma van Voss er nog in de door hem bewonderde Nootenboom te interviewen. Hij trok naar zijn huis op Menorca, en werd pas na vijf dagen toegelaten.
Nootenboom zat in een rolstoel, had verschijnselen van parkinson, had flinke last van zijn longen, zijn geheugen was warrig, hij reageerde traag op vragen en had geen idee wie hij tegenover zich had.
Wel realiseerde hij zich dat het einde nabij was. "Ik weet dat het zo langzamerhand mijn beurt is", zei hij. "Er komt een moment waarop je zegt, dit was het, en heb je daar dan een beetje vrede mee ja of nee. Volgens mij heb ik dat. Ik zit hier goed, op deze fantastische plek. Ik wil dat je straks noteert dat ik hier goed zit, want dat is echt zo."