EU-leiders praten in Belgisch kasteel over schrappen 'onnodig moeilijke' regels
In een kasteel in Belgisch Limburg komen vandaag de regeringsleiders van de Europese Unie bijeen voor een informele EU-top. Voor de verandering zien ze elkaar niet in het vergaderpaleis van de Europese Raad in Brussel, maar in landcommanderij Alden-Biesen, een Vlaams kasteel net over de grens bij Maastricht.
De hoop is dat de regeringsleiders het in dit sfeervolle decor eens kunnen worden over maatregelen om de concurrentiekracht van de EU te vergroten.
De landen zijn het erover eens dat dat hard nodig is. Sterker, de roep om de concurrentiekracht te vergroten klinkt al jaren. En de manier waarop de VS en China hun macht laten gelden, maakt nog eens extra duidelijk hoe hard dat nodig is. Ideeën zijn er genoeg, maar als het aankomt op concrete maatregelen dan gaat het stroef of draait het vaak op niets uit.
Doel is vooral de interne markt af te maken. In theorie is er binnen de EU vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen. In de praktijk zijn er allerlei belemmeringen die het ondernemers moeilijk maken en de economie afremmen.
Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gaf gisteren in het Europees Parlement een sprekend voorbeeld: vrachtwagens mogen in België 44 ton wegen, maar zodra ze de Franse grens passeren nog maar 40, want dat is nu eenmaal de richtlijn voor internationaal vervoer. Onbegrijpelijk, vinden veel vervoerders, want het jaagt iedereen op kosten. Toch is een wetsvoorstel om dit te harmoniseren na twee jaar niet aangenomen.
Von der Leyen gaf als tweede voorbeeld dat je in sommige EU-landen moet communiceren per fax als je afval van de ene naar de andere lidstaat wil vervoeren. Het maakt het voor bedrijven die in de hele EU willen opereren onnodig moeilijk, concludeert ze.
Die belemmeringen zitten niet alleen de groei van bedrijven in de weg, maar kosten de Europese economie ook direct geld. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zijn de interne obstakels vergelijkbaar met importheffingen van 44 procent voor goederen en 110 procent als het om diensten gaat. Juist in de dienstensector, veruit de grootste sector van de economie, is de interne markt verre van voltooid.
KopgroepenEn dus lijkt het een vanzelfsprekendheid om die belemmeringen weg te nemen. Maar dat blijkt nog niet zo makkelijk. De lidstaten spreken al tientallen jaren over het verbeteren van de interne markt, maar in de praktijk komt er weinig van terecht. Concrete ideeën stuiten vaak op verzet van lidstaten die hun nationale markten willen beschermen. "Over de diagnose zijn alle landen het eens", zegt een EU-diplomaat. "Maar er wordt verschillend gedacht over het juiste medicijn."
Daarom kijken de lidstaten nu of ze desnoods in kleinere 'kopgroepen' maatregelen kunnen nemen om de interne markt te verbeteren. Von der Leyen sorteerde al voor op die optie in een brief die ze deze week aan de lidstaten stuurde. "Die mogelijkheid moeten we niet schuwen." Wie nu nog niet mee wil, kan later aansluiten, is het idee.
De Europese Commissie werkt ook aan andere oplossingen. Volgende maand komt zij met een voorstel voor een pakket regels voor bedrijven die in de hele EU gelijk moeten zijn. Zo is het de bedoeling dat bedrijven zich straks in elke lidstaat op dezelfde manier kunnen registreren in plaats van dat zij allemaal verschillende formulieren moeten invullen.
Aangezien de top van vandaag een informele top is, een soort heidag, hoeven er nog geen conclusies getrokken te worden. Er worden dus nog geen afspraken zwart-op-wit gezet. De bedoeling is dat dat wel gebeurt op de volgende, gewone top in maart.
Hoe dan ook lijkt de tijd rijp voor het verder afmaken van de interne markt. Maar er is veel scepsis over het uiteindelijke resultaat. Als het eerder niet lukte, waarom nu wel is dan de vraag. Zullen landen echt bereid zijn over hun eigen schaduw heen te stappen?