Tussen hoop en vrees: Iraniërs verdeeld over de aanhoudende oorlog
"Ik hoor geruchten dat Trump en Netanyahu de oorlog willen beëindigen", vertelt een 37-jarige man uit de Iraanse hoofdstad Teheran. "Maar je kunt toch niet zomaar halverwege stoppen? Dat is pas een enge gedachte. Niet de bommen, maar weer alleen achtergelaten worden met dit regime."
De man is een van de weinige inwoners van Iran die de NOS heeft weten te spreken. Het Iraanse regime heeft inwoners vrijwel volledig afgesloten van het internet. Het is daarom moeilijk contacten leggen in het land. Bovendien zijn veel mensen bang om met journalisten te praten, omdat de repressie door de machthebbers onverminderd doorgaat.
Uit de weinige berichten die we krijgen van Iraniërs blijkt dat zij verschillend denken over de oorlog. Vanwege hun veiligheid gebruiken we geen namen. "Ik haat deze oorlog, het moet stoppen", vertelt een 60-jarige vrouw uit Rasjt, een stad ten noorden van Teheran.
"Hebben we het nu echt beter?", vraagt ze zich af. "Het verbaast me hoe onwetend mensen kunnen zijn. Naïeve jongeren denken dat buitenlandse leiders om ons geven, maar ze zijn alleen maar uit op grondstoffen. Olie, olie, olie. Onze vrijheid interesseert ze niet."
Minder steun voor de oorlogIran-deskundige Peyman Jafari ziet een verschuiving onder mensen die eerst voor de oorlog waren en zich nu steeds meer afvragen of dit wel de juiste oplossing is om van het regime af te komen.
"Na de protesten van afgelopen januari, en de duizenden doden, was de frustratie zo groot dat mensen zeiden: laat die oorlog maar komen", vertelt Jafari. "Ze dachten dat het misschien wel tot verlossing zou leiden."
Bij die protesten tegen het regime afgelopen januari hebben de Iraanse machthebbers genadeloos hard opgetreden. Volgens de Iraans-Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Hrana zijn ruim 7000 mensen gedood, maar dat aantal ligt mogelijk veel hoger.
In deze video leggen we uit wat leidde tot de grootste protesten in jaren in Iran:
De groep die hoopte dat oorlog tot het einde van het regime zou leiden, valt nu uit elkaar, ziet Jafari. "Een klein deel denkt er nog steeds zo over. Zij willen regime change tegen elke prijs. Maar een groeiende groep ziet nu hoe hun land wordt verwoest en dat er veel burgerslachtoffers vallen. Bovendien wordt het regime repressiever. Zij keren zich daarom nu tegen de oorlog."
Regime lijkt te overlevenHet Iraanse regime is verzwakt, maar niet verslagen na bijna twee weken oorlog. Nadat de hoogste leider Ali Khamenei werd gedood bij de bombardementen, heeft zijn zoon Mojtaba zijn rol overgenomen. Hij is een hardliner, net als zijn vader. Verandering hoeven Iraniërs dan ook niet te verwachten.
Jafari ziet het regime niet snel vallen. "Het feit dat het regime nog staat nadat de hoogste leider is gedood, laat goed zien dat Iran een ander soort dictatuur is dan bijvoorbeeld Saudi-Arabië of Egypte. Het hangt niet af van één man. Er is een politieke, militaire en economische elite in het land met veel macht en die heeft er alle belang bij dat de Islamitische Republiek blijft voortbestaan."
Oproep tot protestToch blijven president Trump en premier Netanyahu de Iraanse bevolking oproepen om op een gegeven moment de straat op te gaan en het regime omver te werpen. Ook oppositieleider Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah van Iran, doet die oproep vanuit Amerika.
Sommige inwoners van Iran blijven de hoop houden dat ze op deze manier de islamitische machthebbers kunnen verjagen. "We zijn er klaar voor om de straat op te gaan en de stad over te nemen", zegt de 37-jarige man uit Teheran. Een vrouw, die ook in de Iraanse hoofdstad woont, sluit zich daarbij aan. "Iedereen wacht nu thuis af tot de dag van de vrijheid komt."
Anderen betwijfelen of demonsteren nu zin heeft. "Ik ben het er niet mee eens dat we nu de straat op moeten gaan", zegt een man uit Teheran. "Ik kan het in ieder geval niet doen. Ik leef niet alleen voor mijzelf, maar ik verzorg ook mijn familie. Het risico bestaat dat ik bij protesten word gedood en dan gaat mijn familie ook kapot."
Jafari denkt dat er uiteindelijk wel protesten zullen komen, maar hij acht de kans klein dat dat tijdens of kort na deze oorlog zal zijn.
"De woede over dit regime zit diep. Dus op een gegeven moment zullen inwoners weer van zich laten horen. Maar ik denk dat veel mensen zich nu verlamd voelen. Ze zitten klem tussen de repressie van binnenuit en de agressie van buitenaf. Het is er daardoor niet makkelijker op geworden."