Vijf jaar na coup zijn honderdduizenden Myanmarezen naar Thailand gevlucht
Het is niet lang geleden dat het verzet in Myanmar het leger aan het wankelen kreeg, maar vijf jaar na de staatsgreep lijkt het leger weer grip te krijgen op de burgeroorlog. Het boekt meer en meer terreinwinst en legerpartijen hebben onlangs de zeer omstreden verkiezingen gewonnen.
Veel Myanmarezen zijn het afgelopen jaar daarom op de vlucht geslagen, vooral richting Thailand. Het aantal geregistreerde vluchtelingen steeg in een half jaar tijd van 84.000 naar 136.000 en daar zijn de honderdduizenden niet-geregistreerde Myanmarezen in Thailand niet bij gerekend.
De druk in Thailand neemt daardoor toe, vooral rond de grensstad Mae Sot. Het Mae La-vluchtelingenkamp midden in de jungle, een uurtje buiten de stad, groeit met de dag.
Slechte omstandighedenHuisjes van hout, plastic en aluminium plakken tegen de heuvels en bergen, tussen de palmbomen en in de modder. "Het is als wonen in een gevangenis", zegt Pawng. Hij woont er sinds 2022, ging terug naar Myanmar, maar kwam vorig jaar weer terug uit de staat Karen. "Het was te gevaarlijk."
Maar in het vluchtelingenkamp is het ook niet prettig. "Er is weinig eten, nauwelijks zorg en geen onderwijs voor de kinderen." Hij vertelt over een vechtpartij die de dag voor ons gesprek plaatsvond. "Daarbij overleed iemand en iemand moest naar het ziekenhuis. Er wordt ook om de haverklap gestolen. En als iemand gepakt wordt, zeggen ze altijd hetzelfde: dat ze geld nodig hebben om te eten."
Ook al hebben veel vluchtelingen geen papieren, velen van hen wagen de gok om toch maar een leven op te bouwen in Mae Sot. Dat was ooit een slaperig plaatsje van 30.000 inwoners, maar is nu een flinke Myanmarese stad op Thais grondgebied.
Rijst en kookolieOp de markt verkopen vrouwen met traditionele gezichtsverf de bedwelmende areca-noten in betelblad. Groet een man en in zijn lach zie je op zijn tanden de rode uitslag van het betelkauwen terug.
Veel vluchtelingen in de stad zijn afhankelijk van voedselpakketten van hulporganisaties. In een zijstraatje in Mae Sot is zojuist een jeep vol rijst geleverd aan de Overseas Irrawaddy Association. Die deelt het voedsel uit aan vluchtelingen, die de spullen met de fiets of per scooter komen ophalen. Ze krijgen een zak rijst, twee flessen kookolie, bonen en zout.
Daar moeten de vluchtelingen het tegenwoordig twee maanden mee doen. "Sinds het Amerikaanse USAID zich heeft teruggetrokken, komen we geld tekort", zegt manager Saw Ant. "Dit is wat we kunnen bieden, maar ook wij vinden twee maanden veel te lang voor zo weinig."
Een oudere man gooit een zak rijst op zijn bagagedrager. "Er zijn nu veel te veel vluchtelingen en zij hebben weinig." Voor één persoon vindt hij het wel genoeg, alleen zou dit ook zijn vrouw moeten voeden. "Gelukkig hebben we een zoon die ons af en toe wat stuurt", zegt hij voor hij op zijn fiets stapt.
Vol ziekenhuisOok de gezondheidszorg in Mae Sot zucht onder de groei van het aantal vluchtelingen, in combinatie met het terugtrekken van USAID. Het Tha Song Yang-ziekenhuis moet ineens zorg bieden aan 40.000 extra patiënten.
"In het vluchtelingenkamp is geen zorg meer, omdat Donald Trump ineens het geld terugtrok", zegt directeur Yingthaweesak. "Als hij ons vier jaar had gegeven, hadden we ons kunnen voorbereiden."
Nu staan er bedden in de gang en wachten patiënten op zorg. Er zijn te weinig artsen en verpleegkundigen om hen te helpen. "We hebben evenveel personeel als eerst, maar die moeten nu veel meer werk verzetten. Soms moeten we patiënten weigeren en doorsturen."
Zo is de burgeroorlog in Myanmar uitzichtloos geworden en de situatie in het grensgebied met Thailand onhoudbaar.