Nog slechts weinig huisartsen schrijven abortuspil voor
Er is ruim een jaar verstreken sinds huisartsen in Nederland de abortuspil mogen voorschrijven. Toch heeft slechts een klein deel van hen de daarvoor verplichte nascholing gevolgd.
Van de 16.000 huisartsen is nog maar 3,5 procent bevoegd om de abortuspil voor te schrijven, blijkt uit cijfers van Fiom, het expertisecentrum voor ongewenste zwangerschappen.
In totaal hebben 568 huisartsen de verplichte e-learning van Fiom afgerond. Fiom verwacht dat het aantal huisartsen met bevoegdheid gestaag zal toenemen.
Als zij de nascholing hebben gedaan, kunnen zij de abortuspil voorschrijven bij een zwangerschap tot 8 weken en 6 dagen. Elk recept moeten ze melden bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Huisarts Peter Leusink, een van de initiatiefnemers achter de wetswijziging, vindt het lage percentage teleurstellend. "We weten uit opiniepeilingen dat 35 procent van de huisartsen de intentie heeft die abortuspil voor te schrijven. Maar dat zien we nu niet terug in de cijfers. De abortuszorg in Nederland is goed, maar niet optimaal toegankelijk voor vrouwen."
Een abortus met een pil bestaat uit twee stappen. De pil met medicijn mifepriston wordt ingenomen en 12 uur later worden er 4 pillen met het medicijn misoprostol ingebracht. Volgens de laatste beschikbare jaarcijfers werden er in 2024 meer dan 16.000 zwangerschapsafbrekingen met een abortuspil gedaan, op een totaal van 39.000 abortussen.
Belangenorganisatie stichting Ava pleit voor de toegankelijkheid van abortuszorg en anticonceptie. "Uit onze focusgroepen blijkt dat vrouwen behoefte hebben aan keuzevrijheid. Sommige vrouwen geven de voorkeur aan een kliniek, andere willen het liever via de huisarts regelen en thuis kunnen doen," zegt woordvoerder Alina Chakh. "Zeker omdat abortusklinieken niet gelijkmatig over het land zijn verspreid en wachttijden kunnen oplopen."
Nederland telt 19 abortusklinieken. In de drie noordelijke provincies is er alleen een kliniek in Groningen. Volgens Chakh kan het voorschrijven via de huisarts zorgen voor snellere en toegankelijkere zorg, vooral bij vroege zwangerschappen. "Het is dezelfde medicatie die ook bij een miskraam wordt gebruikt. Toch is er nog veel onwetendheid over."
OvertijdbehandelingVoordat huisartsen de mogelijkheid hadden om de abortuspil voor te schrijven, gebeurde dit alleen in klinieken en ziekenhuizen. Sinds 2019 mochten huisartsen de abortuspil al voorschrijven voor een overtijdbehandeling, tot 16 dagen na het uitblijven van de menstruatie.
Huisartsen schreven vorig jaar 602 recepten voor de abortuspil uit, tegenover 235 in 2024, toen zij de overtijdbehandeling mochten uitvoeren.
Bij de Gelderse huisarts Isabel van Hövell-Ullmann spelen praktische bezwaren een rol. Ze schrijft de abortuspil niet voor. "Ik heb tot nu toe goed kunnen samenwerken met abortusklinieken. Voor mij is het belangrijk dat de zorg veilig en goed georganiseerd is, samen met verloskundigen en gynaecologen."
"Er kan dan goed ingegrepen worden als de abortus niet goed gaat. In dat snelle schakelen en samenwerkingsverbanden blinken we in dit zorglandschap niet goed uit."
Dat abortus nog steeds in het Wetboek van Strafrecht staat, werkt volgens haar drempelverhogend. "Je moet meldingen doen bij de inspectie. Impliciet geef je de boodschap dat je tegen de wet ingaat. Dat geeft het gevoel dat het geen 'gewone zorg' is. Bovendien faciliteert het agressie en intimidatie richting zorgverleners en vrouwen."
"Toevoeging aan het vak"Huisarts Sascha Kotterer uit de Utrechtse wijk Overvecht kiest er wel voor om de pil voor te schrijven. "Het is een mooie toevoeging aan het vak. Een huisarts is een vertrouwd aanspreekpunt en heeft voor veel vrouwen een lagere drempel dan een kliniek."
Ze zegt dat praktische bezwaren collega's kunnen afschrikken, zoals administratieve verplichtingen voor de declaratie en de verplichte scholing. Het is niet ingewikkeld, maar je moet er wel tijd voor maken."
Veel administratieDe Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) zegt weinig signalen te krijgen van leden over het voorschrijven van de abortuspil en neemt hierover geen standpunt in. Wel hoort de LHV dat de administratieve afhandeling omslachtig is, omdat huisartsen meldingen moeten doen bij de IGJ en declaraties lopen via de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie. "Het is altijd de vrije keuze van huisartsen zelf om dit wel of niet aan te bieden," aldus de vereniging.