Hongkongers massaal op de been om stadgenoten te helpen na flatbranden
Bijna drie dagen stonden de woontorens van een appartementencomplex in Hongkong in brand. Vandaag werd het vuur, dat tot nu toe 128 mensen het leven heeft gekost en duizenden mensen dakloos heeft gemaakt, eindelijk gedoofd. En hoewel de lucht weer blauw is, ruikt het nog steeds naar brand rond de Wang Fuk-flats.
Terwijl de reddingsdiensten in de woontorens blijven zoeken naar overlevenden, zijn de Hongkongers massaal op de been om slachtoffers een hart onder de riem te steken. Naast de plek waar de ramp zich voltrok is het een komen en gaan van mensen. Ze delen eten, drinken en spullen uit en willen zo steun betuigen aan hun mede-Hongkongers.
IdentiteitsbewijsIntussen heeft de overheid een school vrijgemaakt waar getroffen inwoners een nieuw tijdelijk identiteitsbewijs kunnen aanvragen. "De overheid heeft lijsten van wie er op welk adres woonde. Je hoeft alleen je adres, naam en ID-nummer op te geven en je krijgt een tijdelijke kaart", zegt een vrijwilliger. "Hier leren mensen op jonge leeftijd hun ID-nummers uit hun hoofd", voegt ze daaraan toe.
Die tijdelijke identiteitskaart is belangrijk. Daarmee kunnen de getroffenen in de opvanglocaties omgerekend 1100 euro ophalen die de overheid beschikbaar heeft gesteld. Ook kunnen de slachtoffers met de identiteitskaart langdurige opvang aanvragen. Nu verblijven velen nog in tijdelijke opvangcentra in gymzalen, scholen en buurtcentra. De overheid hoopt over een paar weken voor iedereen woningen geregeld te hebben.
Veel jongerenNaast de school waar de slachtoffers hun identiteitsdocumenten kunnen regelen, ontstaat rond het middaguur een spontane markt. Hongkongers van jong tot oud komen aan met busjes, trollies en tassen vol met spullen, van huisraad tot eten en drinken.
Er zijn opvallend veel kinderen en jonge mensen op de been; verschillende scholen in de omgeving zijn gesloten. Sommige stonden te dicht bij de flats en bleven daarom dicht, andere scholen zijn in gebruik genomen als noodopvang.
Nu leerlingen minder les hebben, komen ze naar de markt om spullen te doneren. "Mensen hebben hulp nodig, maar ik kan zo weinig doen", zegt een middelbare scholier. "Het voelt niet goed." Hij heeft niet veel geld te besteden, maar bruine suiker kan hij wel missen, zegt hij.
Een ander meisje zegt dat veel van haar vriendjes en vriendinnetjes in de flats woonden. Haar lessen zijn inmiddels wel weer begonnen. Toch kwam ze zodra ze kon spullen uitdelen. Andere jongeren staan naast een grote banner van het Leger des Heils. Veel van de getroffenen zijn ouderen, weten ze. Zij willen hen helpen bij het aanvragen van fondsen.
IdentificatieIntussen wordt meer duidelijk over de hulp van de overheid. Zo kunnen slachtoffers volgende week, in aanvulling op de eerder beloofde 1100 euro, nog eens rekenen op 5500 euro. Verder neemt de overheid alle kosten voor opvang en uitvaarten voor haar rekening en is families die dodelijke slachtoffers te betreuren hebben een bedrag van omgerekend 22.000 euro beloofd. Ook krijgt elk getroffen gezin een maatschappelijk werker toebedeeld.
Toch biedt dit weinig troost. Op nog geen 25 meter van de markt waar spullen worden ingezameld ligt het identificatiecentrum. Het is er stil. Het leger staat bij de ingang om ongewenste gasten buiten te houden. Maar ze hoeven niet in actie te komen. Wie er wel en niet iets te zoeken heeft, is kraakhelder.
In het centrum kunnen mensen op de foto's kijken of ze hun geliefden, waar ze soms al dagen niets van gehoord hebben, kunnen vinden. In totaal zijn er nog zo'n 200 mensen van wie niet duidelijk is wat er met hen is gebeurd.
Ook zijn er tachtig lichamen die volgens de brandweer niet geïdentificeerd kunnen worden. Mensen blijven hoop houden op goed nieuws. Nieuws dat hun geliefde levend is gevonden. Wel lijkt die hoop langzaamaan te vervliegen.