"Is onze veiligheid niet meer belangrijk?", was de vraag in Loosdrecht tijdens een 'vrouwenmars' tegen de geplande noodopvang van zeventig mannelijke asielzoekers. Een meisje vertelde dat ze dagelijks langs het gebouw fietst, maar dat binnenkort 's nachts niet meer durft.
Op meer plaatsen zijn er protesten tegen plannen voor asielopvang, hoewel lang niet overal zo hevig als in Loosdrecht. Maar hoeveel onveiligheid levert dit soort opvang in de praktijk nu daadwerkelijk op?
Jos Kuppens van Bureau Beke doet daar met collega's onderzoek naar, in opdracht van gemeenten. Het antwoord, kort samengevat: uitgedrukt in een rapportcijfer daalde het veiligheidsgevoel van omwonenden in het eerste jaar na opening van een opvang van een 8 of meer naar een 6,5 gemiddeld. In de jaren daarna steeg dat cijfer in de zes onderzochte plaatsen echter ook weer, tot bijna het niveau van vóór de komst van de asielzoekers.
In Zutphen, waar al tien jaar een groot azc staat met ruim 750 bewoners, kreeg het veiligheidsgevoel in de laatste evaluaties bijvoorbeeld een 7,6.
's Nachts rondrijden op de fatbike
Goed vergelijkbaar met de situatie in Loosdrecht is vooral die in het Gelderse Druten. Ook daar gaat het om noodopvang, voor 100 asielzoekers, voornamelijk of uitsluitend alleenstaande mannen. Die is hier al anderhalf jaar een feit. Uit een evaluatie van die periode blijkt dat er vooral in het begin overlast werd ervaren. "Onvermijdelijk bij zo'n aantal,", zegt Kuppens. "Overlast heb je ook als je bijvoorbeeld honderd studenten bij elkaar zet."
Cijfer van omwonenden voor de veiligheidssituatie in Druten na anderhalf jaar: een 6,4 gemiddeld. De gemeente kreeg in die tijd om precies te zijn zestien klachten binnen. Eén ging over een winkeldiefstal, vier over onder meer pakketbezorgers die de opvang niet konden vinden en daarom producten afleverden bij buurtbewoners. Twee klachten hadden te maken met geluidsoverlast van het noodaggregaat dat het gebouw van stroom voorzag.
Geklaagd werd er ook over asielzoekers die 's nachts van hun fatbikes gebruikmaakten en daarmee soms tegen het verkeer in reden. Dan waren er nog een melding van zwerfafval in een weiland en meerdere klachten over één specifieke bewoner van de noodopvang die overlast veroorzaakte, zowel binnen de COA-locatie als daarbuiten. Hij werd overgeplaatst.
Een relatief beperkt aantal incidenten dus en één misdrijf. Een vergelijkbaar beeld zie je volgens onderzoeker Kuppens in de meeste andere opvanglocaties.
Duidelijke uitzonderingen zijn er echter ook: het Groningse Ter Apel en het Brabantse Budel. De eerste plaats heeft onder andere te maken met winkeldiefstallen door asielzoekers. En in Maarheeze overwoog de NS zelfs het station voorbij te rijden vanwege de overlast die bewoners van het nabijgelegen azc in Budel veroorzaakten.
In beide gevallen spelen veiligelanders een belangrijke rol; vaak jonge mannen uit onder andere Algerije en Marokko, die weinig kans maken op een verblijfsvergunning.
Die groep heeft sterk het beeld bepaald van overlast en criminaliteit door asielzoekers, merkt Jos Kuppens in zijn vele gesprekken met bewoners. Net als de moord op Lisa uit Abcoude, vorig jaar zomer in Amsterdam. Kuppens: "Sowieso zie je een kwetsbaar evenwicht als het gaat om het veiligheidsgevoel rond asielopvang. Nog zo'n moord in Nederland, of een asielzoeker die uit het niets iemand neersteekt, en vrijwel niemand durft opvang meer aan."
Onderzoek: opvang heeft geen effect op buurtveiligheid
Andere onderzoeken door de tijd heen bevestigen het beeld in de lokale onderzoeken van Bureau Beke. Weliswaar laten de criminaliteitscijfers die kennisinstituut WODC van het ministerie van Justitie bijhoudt, zien dat het percentage asielzoekers dat wordt verdacht van een misdrijf hoger is dan onder de Nederlandse bevolking.
Maar daarbij moet je wel bedenken dat het bij asielzoekers vooral gaat om mannen en jongvolwassenen, die ook onder Nederlanders vaker in de fout gaan. In de meeste gevallen worden die asielzoekers verdacht van winkeldiefstallen en andere 'vermogensdelicten'.
Toch, concludeerde het WODC in 2017, is "uit geen enkele analyse gebleken dat de aanwezigheid van een COA-locatie een significant effect heeft op de buurtveiligheid." Waarschijnlijk omdat de criminaliteit zich vooral afspeelt binnen de opvang of verder weg, in de grote steden bijvoorbeeld.
In 2022 kwam NU.nl tot een vergelijkbare conclusie: de meeste gemeenten met een groot asielzoekerscentrum ondervinden hiervan geen of weinig overlast.
Niet voor niets willen bewoners en gemeenten graag inspraak in wie er in een asielopvang terechtkomt. Zoals een actievoerder tegen de opvang in Loosdrecht deze week zei: "Als er vrouwen, gezinnen of kinderen worden geplaatst geen enkel probleem, zolang er goed over in gesprek wordt gegaan."
Opvangorganisatie COA werkt daar echter niet aan mee en Kuppens begrijpt dat. "Er zijn nu eenmaal veel meer mannen dan vrouwen binnen de groep asielzoekers en daarbij dus ook veel meer alleenstaanden dan gezinnen. Als je meegaat in dit soort eisen, dan krijg je bepaalde groepen nergens meer gehuisvest."
Snel reageren op klachten
Op tal van andere punten kan echter volgens hem wel degelijk goed naar burgers worden geluisterd. Sterker: er moet worden geluisterd, wil je investeren in een beheersbare situatie, met zoveel mogelijk duidelijke afspraken vooraf. Cruciaal is bijvoorbeeld dat iedereen weet waar hij incidenten kan melden en dat daar onmiddellijk actie op wordt ondernomen. Met snelle terugkoppeling: wat is er met de melding gebeurd?
Sowieso is goede communicatie vanuit gemeenten en het COA in de ervaring van Kuppens cruciaal. "Mijn advies zou zijn: beloof bijvoorbeeld niet vooraf dat noodopvang slechts een halfjaar open zal zijn als je niet 100 procent zeker weet dat je je aan die belofte kunt houden."
"In Druten was de bevolking beloofd dat de opvang voor 1 mei zou sluiten, maar is er recent met drie jaar verlengd omdat het COA een dringend beroep op de gemeente deed. Dat besluit wekte veel verontwaardiging. Vervolgens zag je ook het aantal meldingen van ervaren overlast opeens weer toenemen. Wat dan natuurlijk ook weer de kans biedt om de maatregelen rondom de asielopvang verder te verbeteren."