Driekwart van de gemeenteraadsleden is herkiesbaar bij de verkiezingen op 18 maart, evenveel als vier jaar geleden. Opmerkelijk, want de agressie, intimidatie en bedreiging die raadsleden ervaren is sindsdien meer dan verdubbeld. Dat blijkt uit onderzoek van de regionale omroepen en de NOS, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden.
De meeste mensen wilden raadslid worden omdat ze graag een bijdrage leveren aan de lokale samenleving. Het is heel bevredigend werk, want 86 procent is blij met wat ze bereikt hebben in de afgelopen raadsperiode. Maar de prijs is aanzienlijk: de grootste groep is er zo'n 20 uur per week druk mee; 42 procent doet het raadswerk naast een fulltimebaan. Tijdgebrek en werkdruk zijn dan ook de belangrijkste reden om te stoppen.
Een derde van de raadsleden heeft afgelopen bestuursperiode bovendien te maken gehad met agressie, bedreiging of (verbaal) geweld. Dat is ruim twee keer zoveel als in 2022 en ruim zes keer zoveel als in 2015.
De intimidatie heeft ook effect, want van de bedreigden geeft 30 procent aan dat het invloed heeft op hun functioneren. Dat was vier jaar geleden nog 25 procent.
Vrouwen vaker bedreigd
Vrouwen worden vaker dan mannen bedreigd en uitgescholden. De afgelopen tijd gebeurde het vaak in verband met plannen voor een asielzoekerscentrum, maar ook een dispuut over het lokale zwembad of de komst van een verkeersdrempel in een 30-kilometer-zone blijkt al genoeg aanleiding te kunnen zijn voor verbaal geweld.
Online bedreigingen, agressie op straat, anonieme doodsverwensingen in de mail - het is bijna gewoon geworden, zeggen raadsleden.
Een zeer ervaren vrouwelijk raadslid in Zuid-Holland: "Ik ben op mijn privémail met de dood bedreigd vanwege een bijdrage in de raad. Later door iemand op een fatbike een tijdlang achtervolgd." Een VVD-raadslid in Gelderland kreeg eieren tegen zijn keukenraam. "Ik ben in een enorme vuurwerkbom beland die afgestoken werd tijdens een azc-protest", zegt een vrouw, ook uit Gelderland.
Complotdenkers kunnen ook hinderlijk zijn: "Helaas zijn er ook regelmatig commentaren op sociale media waarin gesteld wordt dat we een geheime agenda hebben en zijn er allerlei andere complotachtige theorieën over ons werk. Het kan allemaal tegenwoordig - je moet een dikke huid hebben", zegt een raadslid van een lokale partij in Noord-Brabant.
Nadenken over wat je zegt
Hoewel de grote meerderheid zegt dat dit alles geen invloed heeft op het raadswerk, doet het wel wat met raadsleden. "Je gaat zelfcensuur toepassen, vertelt dingen thuis niet", aldus een jonge vrouw in Limburg. "Je gaat nadenken over wat je wel en niet gaat zeggen of denkt soms, laat dit debat maar aan mij voorbijgaan", zegt een 34-jarige CDA'er.
Een vrouw namens Volt: "De eerste periode na het incident sta je niet fijn achter de microfoon, je gaat anders om met mensen buiten en in de raad."
Een raadslid in een middelgrote Utrechtse stad zegt: "Ik houd letterlijk en figuurlijk meer afstand van individuele inwoners." En erger: "Ik heb wel wat angstige gedachten gehad. Wel eens aan het einde van mede-D66'er Els Borst gedacht", zegt een man van 40 in Overijssel.
Actief als volksvertegenwoordiger
Elk geval van agressie en intimidatie is er een te veel, zegt Abdullah Uysal, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. "Samen met het ministerie en andere organisaties proberen wij deze uitwassen te voorkomen én nazorg te bieden, wanneer het onverhoopt toch gebeurt."
Dat het merendeel van de raadsleden nog altijd positief is over het raadslidmaatschap, herkent hij ook. "Het stemt ons positief dat er nog zo veel mensen actief willen zijn als volksvertegenwoordiger op lokaal niveau."
Het onderzoek
Nederland telt zo'n 8000 gemeenteraadsleden. In samenwerking met de NOS en de regionale omroepen vroeg de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden al haar leden een vragenlijst over hun werk in te vullen. Van hen hebben 1013 mensen gereageerd; 66 procent was man, 34 procent vrouw, redelijk in lijn met de verhouding in de gemeenteraden (64-36 procent).
Het gemiddelde raadslid is 55 jaar oud. De helft van de raadsleden is actief in gemeenten met minder dan 40.000 inwoners, de andere helft in gemeenten groter dan 40.000 inwoners. 40 procent van de respondenten heeft er nu één termijn opzitten, de rest zit langer dan vier jaar in de gemeenteraad.