Strijd tegen ebola in Congo is ook een strijd tegen wantrouwen
Ebola is terug van weggeweest. Bij de nieuwe uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC) is sprake van de wet van Murphy: voor de dodelijke Bundibugyo-variant bestaat nog geen goedgekeurd vaccin of behandeling. Ook is er geen snelle test voor het virus beschikbaar. En de ontdekking van de uitbraak kwam laat, het virus had toen al tientallen slachtoffers gemaakt.
Inmiddels zijn zeker 119 mensen aan ebola overleden en vermoedt de Wereldgezondheidsorganisatie dat er ruim 900 besmettingen zijn. Hulpverleners lopen dus achter de feiten aan. En dan krijgen ze ook nog te maken met weerstand vanuit de bevolking.
MaanpakkenWant een deel van de Congolezen vertrouwen het niet. Sinds donderdag zijn er al drie geweldsincidenten tegen hulporganisaties gepleegd, waaronder brandstichting bij een behandeltent van Artsen zonder Grenzen. Niet geheel onbegrijpelijk, zegt Hizkia de Jong van Artsen zonder Grenzen.
"Ineens, als ebola opnieuw uitbreekt, ziet de lokale bevolking veel auto's rijden. Er verschijnen mensen in maanpakken die hun overleden familieleden ophalen om ze nooit meer terug te zien. Dat zorgt voor wantrouwen en daarom is voorlichting zo ontzettend belangrijk. Mensen moeten weten wat de ziekte is en hoe je je ertegen beschermt. Zodat mensen meer vertrouwen krijgen in de zorg."
Correspondent Afrika Elles van Gelder:"Er gaan allerlei complottheorieën rond in de regio waar de uitbraak is. Sommige mensen geloven niet dat ebola zo ernstig is, en anderen denken dat het verzonnen is door hulpverleners die er geld aan verdienen. Dat wantrouwen komt deels door de falende overheid.
Deze uitbraak vindt plaats in een gebied dat al decennia te maken heeft met heel veel geweld. Gewapende groepen moorden, gebruiken seksueel geweld en de overheid heeft burgers nooit voldoende beschermd.
Nu komt diezelfde overheid met allerlei voorschriften en regels, en kan je in het ergste geval je eigen geliefde niet begraven. Dat leidt tot woede en weerstand onder een deel van de bevolking. De strijd tegen ebola is dus ook een strijd tegen misinformatie en het winnen van vertrouwen, en daarbij spelen juist lokale leiders, hulpverleners en medisch personeel een grote rol."
In veel culturen is het fysieke lichaam van een overledene onmisbaar. Ook in Congo zijn er begrafenistradities en -rituelen waarbij familieleden het lichaam aanraken. Maar lichamen van ebolapatiënten blijven nog dagenlang besmettelijk, waardoor de overheid begrafenissen beperkt toelaat. Dat leidt tot geweld door rouwende familieleden tegen hulpverleners.
Artsen zonder Grenzen gaat het gesprek aan met lokale leiders en probeert uit te leggen wat hulpverleners komen doen, wat ebola is en wat men moet doen als mensen symptomen hebben.
"Er bestaat nu een beeld dat mensen onze behandelcentra ingaan en er niet meer uit komen, dat ze daar sterven. Dat is heel beangstigend en dan is het ook logisch dat mensen aarzelen om zich te laten testen of behandelen", zegt De Jong. "We proberen uit te leggen dat - ook al is er nog geen vaccin of gerichte behandeling voor deze variant - zorg in een behandelcentrum juist de grootste kans op overleven biedt."
BezuinigingenWat de zaak verder bemoeilijkt is het conflict tussen Congolese regeringstroepen en de rebellengroep M23. Die fungeert nu op bepaalde plekken als een soort lokale overheid, maar heeft geen ervaring met het coördineren van ebola-uitbraken.
En dan zijn er nog alle bezuinigingen op ontwikkelingshulp. De grootste is die van de Verenigde Staten, waar het USAID-programma onder de regering-Trump voor bijna 90 procent werd uitgekleed.
"Maar ook Europese landen, waaronder Nederland, bezuinigen stevig op ontwikkelingshulp. Dat leidt tot tekorten aan personeel en medicijnen. Dat maakt het voor ons uitdagender om de juiste hulp te verschaffen", vertelt De Jong.
Naar alle waarschijnlijkheid gaat het virus al weken tot maanden rond. Experts denken dat het door alle bezuinigingen niet snel genoeg is opgemerkt.
Wat is ebola?Ebola is een besmettelijk virus dat het immuunsysteem aantast. Het begint met koorts, daarna leidt het tot braken, diarree, buikklachten en huiduitslag. Gemiddeld ligt het sterftecijfer rond de 50 procent, maar dat verschilt per variant en kan oplopen tot 90 procent.
Mensen raken besmet door contact met lichaamsvloeistoffen en bloed van een besmet persoon. Het virus blijft - ook na de dood - dagenlang actief in het lichaam. Lichaamsvloeistoffen zijn dan nog steeds extreem besmettelijk. Daarom worden lichamen van overleden ebolapatiënten niet vrijgegeven.