Tasmanië zegt sorry voor tentoonstellen lichaamsdelen zonder toestemming
De overheid van de Australische staat Tasmanië heeft haar excuses aangeboden voor het tentoonstellen van lichaamsdelen van overledenen, zonder dat daar toestemming voor was. Vorig jaar kwam dit aan het licht na een onderzoek.
Tussen 1966 en 1991 namen pathologen 177 monsters bij overledenen, waaronder organen en weefselmonsters, bleek uit dit onderzoek. De menselijke delen werden vervolgens zonder toestemming van de familie overhandigd aan het RA Rodda Pathologie Museum, van de Universiteit van Tasmanië.
In sommige gevallen werden deze ook tentoongesteld. Het anatomisch museum heeft een collectie van 2700 objecten, waaronder veel organen.
Minister van Volksgezondheid Bridget Archer bood vandaag in het parlement haar excuses aan voor het "aanhoudende leed, de woede, de pijn, het verdriet en het trauma". "Het is belangrijk om te onthouden dat dit niet zomaar lichaamsdelen, specimens of menselijke resten waren. Het waren mensen."
Decennialange misstandenIn 2016 ontstonden er vermoedens dat drie botmonsters waren verkregen zonder toestemming van de familieleden. Naar aanleiding hiervan werd besloten tot een onderzoek naar de collectie van het universiteitsmuseum. De bevindingen werden afgelopen september bekendgemaakt.
De inmiddels overleden patholoog Royal Cummings leverde volgens de onderzoekers de meeste lichaamsdelen aan het museum. Maar ook zijn voorgangers en opvolgers zouden zich schuldig hebben gemaakt aan deze praktijken.
De menselijke preparaten werden in 2018 al uit het museum verwijderd.
'Regelrechte nachtmerrie'Een van de overledenen bij wie ongevraagd monsters werden genomen, was de 19-jarige Tony. Hij overleed in 1976 door een motorongeluk. De onthullingen over het pathologisch onderzoek leidden tot veel verdriet bij zijn broer John Santi. "We hebben hem vijftig jaar geleden begraven, om er vijftig jaar later achter te komen dat deze mensen zijn hersenen hadden gestolen", zegt hij tegen Australian Associated Press.
Dit gevoel herkent Cheryl Springfield. Er werden ook monsters genomen bij het lichaam van haar broer David Maher, die in 1976 op 14-jarige leeftijd overleed bij een auto-ongeluk. "Het is een regelrechte nachtmerrie geweest vanaf het moment dat we het te horen kregen", zegt ze tegen lokale media.
Veel nabestaanden waren aanwezig bij de excuses van minister Archer. "Het is een stap in de goede richting, maar het maakt niet alles goed", vindt Springfield.