Vijf jaar na de grote wateroverlast in Limburg is het water weg. Maar de schade is nog steeds niet overal hersteld en er is veel gedoe over de schadevergoedingsregelingen.
Burgemeester Daan Prevoo van Valkenburg aan de Geul spreekt van een "ramp na de ramp" tegen L1 Nieuws.
"Iedereen zei destijds: 'we zijn ruimhartig en laten jullie niet in de steek'", aldus Prevoo. "Maar het tegendeel werd werkelijkheid. Namelijk we doen moeilijk over het schadeherstel. We stellen complexe voorwaarden en daarmee haken veel mensen af."
Drie dagen regen
Afgelopen maandag was het vijf jaar geleden dat in Limburg rivieren en beken buiten hun oevers traden na drie dagen aanhoudende regenval. In aangrenzende delen van Duitsland en Limburg was het nog erger en vielen meer dan tweehonderd doden. In Limburg vielen er geen doden, wel werden talloze bewoners soms in allerijl uit hun huizen geëvacueerd.
In deze video is te zien hoe groot de gevolgen waren in Limburg, België en Duitsland:
Na de overstromingen konden gedupeerden een beroep doen op allerlei fondsen, potjes en regelingen, maar volgens burgemeester Prevoo bleven de inwoners achter met een restschuld van 15 tot 45 procent. "Want er is nooit meer dan 85 procent uitgekeerd. Alleen al de schade aan tuinen werd nimmer vergoed", zegt hij. "Als je die nu nieuw moet aanleggen, dan kost je dat zo enkele duizenden euro's."
Schadeherstel stilgevallen
In sommige gevallen kwam het schadeherstel gaandeweg stil te liggen. In de Emmalaan in Valkenburg bijvoorbeeld, waar de bewoners nu al een jaar tegen een bouwval aankijken.
Dat heeft te maken met de sloop van een voormalige garage en bijhorende woning. Waterschap Limburg kocht het pand om herstelwerk aan de kademuren te kunnen uitvoeren. De sloop en het herstelwerk werden vorig jaar gestaakt, nadat verblijfsresten waren gevonden van een gierzwaluw en een dwergvleermuis. "We willen geen procedures als waterschap, we willen geen fouten maken", aldus een woordvoerster.
Nul-normering
Stefan en Paulien Pinckaers, iets verderop langs de Geul in het dorpje Epen, hebben andere problemen. De twee kochten eind 1999 een watermolen en bouwden die om, zodat ze grote groepen konden ontvangen. In 2021 kwam de molen meer dan een meter onder water te staan. De schade was enorm.
Toen volgde de ramp na de ramp. Voor hun plek langs de Geul bleek qua veiligheid een zogenoemde nul-normering te gelden, e\\. Een norm die was vastgelegd door de provincie en in feite betekende dat het waterschap geen verplichting had om overstromingen te voorkomen.
"En dan komt het woordje zelfredzaamheid", zegt Paulien Pinckaers. "Als dat komt, ben je de pineut. Dan zijn alle verantwoordelijkheden, alle risico's en alle financiële gevolgen voor jou."
Om de molen te beschermen tegen nieuw onheil lieten de twee een dijk aanleggen. Er werd een muur opgetrokken en er zijn mobiele schotten aangelegd bij de in- en uitgang. Totale kosten: bijna 300.000 euro, die ze voor een belangrijk deel zelf betaalden.
Giro 777
In totaal becijferde onderzoeksbureau Deltares de schade door het hoogwater in Limburg op ongeveer 433 miljoen euro voor particulieren, bedrijven en overheden.
Van het totale schadebedrag werd bijna de helft uitgekeerd door verzekeraars. Daarnaast was er geld dat was ingezameld via giro 777 van het Nationale Rampenfonds (12 miljoen) en allerlei andere regelingen en fondsen.
Het kabinet stelde vrijwel meteen na de wateroverlast de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen (WTS) in werking. Daarin staat dat de overheid in geval van nood onverzekerbare schade vergoedt. Er geldt daarbij wel een eigen risico. De maximale vergoeding bedraagt 65 tot 90 procent.
Vooral bij de schadevergoedingen voor ondernemers ging het vaak mis met die WTS, berekende L1 Nieuws. Van de 21 miljoen euro die het Rijk voor ondernemers beschikbaar stelde, werd slechts 5 miljoen via de provincie uitgekeerd. De provincie heeft de rest, ruim 15 miljoen euro, op een rekening gezet. In de hoop dat het geld voor ondernemers in Limburg bestemd blijft.
Niet uitgekeerd
Burgemeester Prevoo van Valkenburg wordt er alleen maar bozer van: "De intentie van regelingen was vooral om niet uit te keren", zegt hij.
"Bedrijven werden nog strenger beoordeeld dan particulieren. Ze moesten laten zien dat ze omzetschade hadden die werd vergeleken met het eerste coronajaar, toen er nauwelijks omzet was. Dan valt meteen veel af. En er waren zoveel regels en voorwaarden dat er eerder sprake was van een ontmoedigingsbeleid."