China ziet biotechnologie als topprioriteit en gaat daarmee de concurrentie aan met de Nederlandse biotechsector. Biotech, op een technische manier gebruik maken van de biologie voor bijvoorbeeld medicijnen, voedsel of nieuwe stoffen, wordt nu in China in één adem genoemd met de halfgeleider- en de lucht- en ruimtevaartindustrie.
De Nederlandse sector kampt juist met een gebrek aan financiering, onvoldoende investeringen in wetenschappelijk onderwijs en vertragende regels, somt medisch hoogleraar en biotechondernemer Sander van Deventer op. "We dreigen een heel ecosysteem te verliezen."
Nieuwe medicijnen kunnen in China gemiddeld sneller en goedkoper worden ontwikkeld dan in het Westen en komen zo eerder bij patiënten. Steeds meer Europese en Amerikaanse farmaceuten laten daarom klinische onderzoeken uitvoeren in China, in plaats van in eigen land.
'Scenario Duitse auto-industrie dreigt'
De voordelen van uitwijken naar China zijn duidelijk, ziet ook Van Deventer. "Dat versnelt het zaakje, maar je verliest ook expertise. Doktoren in Europa en Nederland komen helemaal niet meer in contact met de allermodernste geneesmiddelen," zegt hij.
In het rapport van oud-ASML-topman Peter Wennink worden de life sciences en de biotechnologische sector aangedragen als topsector waar Nederland op moet inzetten. Maar volgens Van Deventer heeft Nederland niet door hoe ver Chinese bedrijven voorlopen.
"Het scenario van de Duitse auto-industrie dreigt voor biotech in Nederland," waarschuwt hij. De Chinese voorsprong in technologie op het gebied van elektrische auto's zorgt ervoor dat Duitse automakers in zwaar weer verkeren.
Van Deventer pleit er daarom voor dat Nederland flink gaat investeren in onderzoek en financiering beschikbaar stelt voor zogeheten spin-outs. Dat zijn bedrijven die ontstaan uit onderzoek en als doel hebben een technologie of uitvinding naar de markt te brengen.
Volgens consultancybedrijf McKinsey is de onderzoek en ontwikkeling in China zo goed geworden dat nieuwe medicijnen tweeënhalf jaar eerder op de markt kunnen komen dan het wereldwijde gemiddelde. Daarbij zijn er ook nog eens significant lagere kosten.
Internationale farmaceuten besluiten steeds vaker om hun klinische onderzoeken in China te doen. "Als medicijnontwikkelaar wil ik dat mijn patiënten mijn medicijnen zo snel mogelijk kunnen gebruiken", zegt de Australische professor Matt Cooper, algemeen directeur van biotechnologiebedrijf Sitala en durfkapitaalpartner bij het Nederlandse Forbion.
Hij is in Shanghai voor samenwerkingen met Chinese farmaceuten en heeft er meerdere klinische onderzoeken lopen. Vooral de snelheid maakt het verschil, zegt hij. "Tegen de tijd dat ik m'n papierwinkel op orde heb in Europa, zijn ze in China al klaar met de eerste klinische studie."
Produceren voor biotech wereldwijd
Farmaceutisch bedrijf Porton Advanced in Suzhou is een van die Chinese biotechnologiebedrijven en specialiseert zich in cel- en gentherapie. Dat zijn innovatieve manieren om ziekten te behandelen: bijvoorbeeld door levende cellen in te brengen of genen van de patiënt aan te passen.
Het bedrijf bestaat nu uit zo'n 250 wetenschappers, vooral met achtergronden in cel- en moleculaire biologie en biochemie. Porton Advanced bestaat nog geen tien jaar, maar heeft nu ongeveer de helft van deze Chinese markt in handen, schat Ji Qingzhou. Hij is vicepresident bij het bedrijf en hoofd van de R&D-afdeling, de onderzoek- en ontwikkelingsafdeling.
De farmaceut ontwikkelt en produceert medicijnen voor biotechbedrijven wereldwijd. "Zo dragen we bij aan medicijnen die kanker, auto-immuunziekten en andere veelvoorkomende ziekten kunnen genezen", vertelt Ji terwijl hij wijst naar labs met druk pipetterende onderzoekers.
De onderzoeker is terugverhuisd uit Amerika om in China weer in de biotechsector te werken, omdat die in de lift zit. Zo wordt het gebruik van kunstmatige intelligentie steeds verder geïntegreerd, vooral in de uitvindingfase van nieuwe medicijnen. "China gaat van generieke medicijnproductie naar een wereldwijde innovatiehub", zegt Ji stralend.
Wegblijven geen optie
Het Chinese biotechsucces zou niemand moeten verrassen, zegt Adam Dunnett van de Europese Kamer van Koophandel in China. In 2010 classificeerde China het al als een strategische industrie. Zodra een sector zo'n label krijgt, worden in China alle registers opengetrokken om de sector te stimuleren.
Maar ook op de Chinese markt hebben Europese bedrijven "hun portie uitdagingen", zegt Dunnett. Problemen met de bescherming van intellectueel eigendom, verlenging van patenten en verschillen in standaarden spelen de bedrijven parten.
Geopolitiek concurrentieterrein
Biotech komt ook steeds prominenter op de voorgrond als een geopolitiek concurrentieterrein. Met de Amerikaanse Biosecure Act en de Europese Biotech Act proberen de machtsblokken hun technologie te beschermen en hun afhankelijkheid te verkleinen.
Toch ziet Dunnett dat de Europese bedrijven blijven investeren in de Chinese biotech. Ze willen onderdeel zijn van de innovatie die hier plaatsvindt. "Je verzetten, wegblijven of protectionistische maatregelen nemen: ik denk niet dat dat de juiste route is."