Prefab bouwen tegen de woningnood: de vraag is hoe snel dat kan
Als je de komende jaren van plan bent een nieuwbouwhuis te kopen, is de kans groot dat die uit de fabriek komt. Minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting zet in op het bouwen van deze prefab woningen als onderdeel van een reeks maatregelen voor meer woningen.
Deskundigen zijn overwegend positief over de aangekondigde maatregelen, maar vragen zich af of het echt zo snel gaat leiden tot meer ruimte op de woningmarkt.
De minister trekt voor de maatregelen bijna 300 miljoen euro uit. Zo moeten er snel meer woningen bij komen. De minister hoopt hiermee de ambitie van 100.000 woningen per jaar te halen.
'Niet één gouden oplossing'"In deze eeuw is die ambitie van 100.000 woningen nog niet een keer gehaald, dus als je dat wel wil halen is het een kwestie van alle zeilen bijzetten", zegt Frank Wassenberg van kennisinstituut Platform31.
Wassenberg is positief dat de minister op meerdere manieren de woningcrisis wil aanpakken. Zo wil ze bijvoorbeeld een "flexibele pool" van ambtenaren en experts die gemeenten en provincies kunnen helpen met het plannen en realiseren van woningen. Ook wil de minister sommige vergunningen afschaffen. "Het is allemaal nodig en goed, want er is niet een gouden oplossing voor het woningtekort."
Daar sluit Maurice van Sante van ING Research zich bij aan. "Voor alles op de woningmarkt moet je tijd nemen en dat tekort ga je morgen niet oplossen. Maar je moet van alles proberen en ik denk dat deze maatregelen allemaal wel een beetje gaan helpen."
Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is blij dat de minister de woningnood wil aanpakken, met name als het gaat over de aanpak van de oneindige bezwaarprocedures.
Volgens Wassenberg zijn die woningen uit de fabriek nodig, omdat de bouwsector die hoge vraag aan woningen niet aan kan. "Je ziet in de bouwsector dat de druk heel hoog is. We hebben te weinig bouwvakkers, dus alles wat in een fabriek gebeurt, is mooi meegenomen."
Volgens Van Sante hebben veel bouwbedrijven daarom de afgelopen jaren ook flink ingezet op het kunnen produceren van woningen in de fabriek. Maar het is dan wel belangrijk dat die fabriek blijft draaien. "Als je een fabriek hebt wil je niet dat die leeg komt te staan wanneer je er geen opdrachten voor krijgt."
Dat herkent Marja Elsinga, hoogleraar Woonbeleid aan de TU Delft. Ze staat positief tegenover de mogelijkheden die fabrieksmatig bouwen biedt. "Ik zie heel veel mooie projecten op dit gebied en het is een efficiëntere en goedkopere manier van bouwen."
Stroperigheid"Je zou zeggen dat het bouwen in een fabriek snel moet kunnen, maar het gaat niet eenvoudig", zegt Elsinga. "Gemeenten hebben vaak specifieke eisen voor omgevingsvergunningen wat lastig is voor fabrieksmatige woningbouwers. Bovendien duren procedures vaak lang."
"Gemeenten hebben vaak lokale eisen die afwijken van wat een fabriek produceert. Dat gaat soms over iets dikkere muren of hogere ramen", noemt Wassenberg. "Er zijn 342 gemeenten met 342 eigen eisen. Daar kun je als fabriek niet mee uit de voeten en daar moet je eigenlijk vanaf."
Dat er op dit moment dus nog weinig uit de fabrieken komt heeft er volgens Wassenberg mee te maken dat er in de voorfase nog veel vertraging is. "Door bijvoorbeeld klagende bewoners of netcongestie worden projecten maanden uitgesteld. Ik kan me voorstellen dat fabrieken willen dat dat beter geregeld wordt."
Eerder bleek dat fabrieken die huizen bouwen niet op volle kracht draaien. Startblock uit Emmeloord vroeg zelfs een paar jaar terug het faillissement aan.
KeurmerkOm die voorfase te versnellen werkt de minister aan een wetswijzigingen waardoor vooraf gefabriceerde woningen een typegoedkeuring krijgen. Volgens Elsinga houdt dat in dat woningtypen een bepaald keurmerk krijgen dat garandeert dat het type woning, inclusief varianten daarop, van goede kwaliteit is. Ze denkt daarom ook dat het kan helpen om gemeenten meer vertrouwen te geven.
Daar sluit Van Sante zich bij aan. "Als een bepaald type huis een goedkeuringsstempel krijgt kan dat helpen om zowel het vergunningstraject als het bouwen te versnellen."
Na de zomer volgt een actieplan waarin minister Boekholt de maatregelen verder uitwerkt.