Lage inkomens het minst geholpen met accijnsverlaging aan de pomp
Het verlagen van de brandstofprijzen, om mensen op korte termijn te helpen met de hoge prijzen aan de pomp, zou de overheid veel geld gaan kosten. Tegelijkertijd worden de laagste inkomens er het minst mee geholpen, ook al wordt deze groep, als die veel moet rijden, het hardst geraakt. Dat constateert onderzoeksinstituut TNO in een nieuw onderzoek.
Lage inkomens die bovengemiddeld veel kilometers maken kunnen gemiddeld 17,6 procent van hun inkomen kwijt zijn aan de pomp. Als de overheid ervoor kiest om de accijnzen te verlagen, helpt dit wel, maar "met name de hogere inkomens profiteren ervan", zegt onderzoeker Peter Mulder van TNO.
Zo hebben veel meer huishoudens met een hoger inkomen een auto. Dit is ook de groep die beter in staat is om zelf klappen op te vangen. Als deze huishoudens veel kilometers rijden, gaat een veel kleiner deel van hun inkomen naar brandstof dan bij huishoudens die minder verdienen, berekende TNO.
Lage inkomens zijn een veel groter deel van hun inkomen kwijt aan hoge brandstofkosten, vooral als ze veel moeten rijden:
Het onderzoeksinstituut verwacht dat mensen hun gedrag aanpassen en vanwege de hoge prijzen mogelijk minder gaan rijden. "Als de pijn hoog is, reageren mensen daarop", zegt Mulder. "Dat is niet makkelijk, zeker niet voor mensen die afhankelijk zijn van de auto, maar het kan dat ze minder gaan rijden, gaan carpoolen, met de fiets gaan of het openbaar vervoer pakken."
GedragsveranderingenMulder zag zulke gedragsveranderingen een paar jaar geleden ook, tijdens de energiecrisis toen Rusland Oekraïne was binnengevallen. "Voorheen pasten mensen zich niet aan als de gasprijs steeg, tot die prijzen echt exorbitant omhoog gingen. Mensen kozen ervoor om hun thermostaat terug te draaien en ook minder kamers in het huis te verwarmen. En er werd fors ingezet op het verduurzamen en isoleren van woningen."
Ook nu kan verduurzamen structureel helpen, benadrukt TNO. "Brandstofprijzen zijn heel grillig", zegt Mulder. "Zit de kern van het probleem niet in het feit dat we afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen?" Probleem is wel dat de kosten van alternatieven erg hoog zijn, erkent hij. "Elektrische auto's zijn duur, pas als je eenmaal bent ingestapt zijn je kosten veel lager."
Mulder denkt daarom dat hogere inkomens vanwege de hoge brandstofprijzen sneller op elektrische auto's zullen overstappen. Zo'n aanpassing is veel moeilijker voor lagere inkomens, benadrukt hij. De politiek kan er dus voor kiezen om mensen met lage inkomens te helpen om over te stappen op deelvervoer of op elektrische auto's. "Dit is allemaal ingewikkelder dan het verlagen van accijnzen", geeft Mulder toe. "Maar uiteindelijk zijn deze mensen er structureel mee geholpen."
Miljard per jaarHet is een lastige keuze waar de politiek nu voor staat, zegt Mulder. "Wil de overheid mensen op de korte termijn snel helpen? Dat is duur en geen structurele oplossing." Zo kost 10 cent accijnsverlaging de schatkist per jaar ongeveer 1 miljard euro. Gemiddeld levert dit een huishouden met een auto jaarlijks 95 euro op. "Dat helpt mensen natuurlijk, maar het bedrag is ook niet zo hoog dat het een soort gouden oplossing is."
De andere optie is dat de overheid inzet op technologische veranderingen, maar daar zijn mensen niet meteen mee geholpen. "Uiteindelijk is het niet zwart-wit, de overheid kan meerdere maatregelen treffen", zegt Mulder.
Hij vindt het bedrag dat accijnsverlaging kost wel erg hoog in vergelijking met wat de overheid momenteel steekt in technologische veranderingen, zoals het subsidiëren van deelvervoer of het helpen van mensen om elektrische auto's aan te schaffen. "De technologische oplossing duurt langer, maar op termijn heeft het veel meer effect."