Na 25 jaar zijn de wonden van nabestaanden, overlevenden en hulpverleners nog altijd vers. De Amerikanen die de aanslagen op 11 september 2001 van dichtbij meemaakten, leven nog iedere dag met de gevolgen ervan.
Vandaag was voor hen een dag van leven en dood, van leven en overleven, en van leven met de gevolgen. Een dag van verdriet en herinneren. En van opkrabbelen na die allesverwoestende terroristische aanslagen.
Voor velen begon ook deze dag als elke andere. "Iedereen vecht voor die ene vrije parkeerplek, en dan de trein in", vertelt Stanley Praimnath. Net als 25 jaar geleden haasten forenzen zich voor de trein naar Manhattan, bij het station op Long Island waar we hem ontmoeten.
'Ga terug naar je kantoor'
Hij was altijd vroeg op zijn werk, ook die dag. "Ik stuurde een team aan, probeerde het goede voorbeeld te geven", zegt hij. Toen hij de lift uitkwam, ging de telefoon. "Eerst mijn moeder, toen mijn broer. Stan, ben je oké?, vroegen ze. Ze hadden tv gekeken." Stanley had toen nog niet door wat zich in de andere toren van het World Trade Center had afgespeeld, hij zat in de lift toen het gebeurde.
Al snel werd duidelijk dat een vliegtuig de noordelijke toren had geraakt. "Ik zei: ik ga nu naar huis." Het gebouw is veilig, klonk het uit de mond van een beveiliger. Sirenes loeiden, vergezeld door een boodschap via de intercom: "Ga terug naar je kantoor", hoorde Stanley.
Kort daarna vloog een tweede vliegtuig de zuidelijke toren in, waar Stanley voor de Japanse Fuji Bank werkte, op de 81e verdieping. "De hele verdieping was aan stukken gereten, alsof er een gigantische sloopkogel doorheen was geraasd."
Gordon Felt hoorde het van een collega, zette de televisie aan. Hij zag het tweede vliegtuig de zuidelijke toren invliegen. "Toen wisten we dat het geen ongeluk was en dat we werden aangevallen." Even later belde zijn schoonzus. Zijn broer Edward was onderweg van New York naar San Francisco met vlucht 93. "Ze vertelde dat ze niets van hem had gehoord. Zodra ze meer hoorde, zou ze het ons laten weten."
Kleine keukenbrand
Bij brandweerman Bill Hayes ging die ochtend ook een alarm af. Een kleine keukenbrand: iemand had het fornuis aan laten staan. Terwijl Bill aan het blussen was, viel zijn oog op de televisie, die nog aanstond. Hij zag dat na de torens ook het Pentagon was geraakt. "Ik gaf het door via mijn portofoon. De bevelvoerend officier zei: 'Wie zei dat? Herhaal die melding!'"
Alle brandweerlieden werden gemobiliseerd, ook Bill. "Ik sprak een bericht in voor mijn vrouw. Terwijl ik dat deed, ging het alarm opnieuw af. Het laatste wat ik nog kon zeggen was: 'We gaan die kant op'." Later vertelde zijn dochter dat een ouder tegen haar had gezegd: 'Je vader is misschien wel dood'." Ze was toen 9 jaar oud.
Stanley stond toen net weer buiten, zwaargewond. Op miraculeuze wijze was hij als een van de weinigen in de nok van zijn toren ontsnapt aan de dood. Zijn eerdere schreeuw om hulp was gehoord door Brian Clark, die drie verdiepingen hoger werkte. Samen zijn ze aan de vuurzee ontsnapt. Ze hadden de lange weg van 1.620 traptreden naar beneden afgelegd voordat de zuidtoren, een klein uur na de inslag, ineenstortte.
Voor Bill moest het werk toen nog beginnen. Drie dagen lang was hij bezig. Overlevenden vond hij niet meer in het puin op Ground Zero, de plek waar de Twin Towers stonden. Al noemt hij die zelf liever anders: the pit (de kuil).
'Kunt u me nog horen, meneer?'
Gordon kreeg opnieuw een telefoontje. Vlucht 93 is neergestort in Pennsylvania, overlevenden zijn er niet. Het belletje van zijn broer Edward naar de meldkamer van 911, vanuit het toilet, bleek een van de laatste tekenen van leven uit het vliegtuig. "Er is een kaping gaande", klonk het. "Kunt u me nog horen, meneer? Hallo?" Toen werd het stil op de lijn.
"Ik heb er één keer naar geluisterd", zegt Gordon daarover. "Dat is niet iets wat ik nog een keer zou willen doen." Voor de familie van zijn broer, ook voor Gordon, begon het toen pas. "Wonden helen niet", zegt hij. "En misschien willen we ook helemaal niet dat ze helen. We willen niet vergeten wat we zijn kwijtgeraakt. Maar vlucht 93 is ook een verhaal van enorme moed, hoop en inspiratie."
Gordon, Stanley en Bill, alle drie leven ze nog elke dag met de gevolgen van de aanslagen. Wonden werden littekens, Stanley worstelde lange tijd met een schuldgevoel. Waarom overleefde hij het en veel van zijn vrienden en collega's niet? In zijn geloof vond hij een antwoord: genade van God, concludeerde hij. Hij ging studeren en werd predikant.
Leukemie
Ook werd hij meermaals ernstig ziek. 11 september 2020 kreeg hij de diagnose leukemie. "Die dag moet mij niet", lacht Stanley. Of de ziekte gerelateerd is aan 9/11? "Sommigen zeiden van wel, anderen niet." Ook kreeg hij een vierdubbele bypass. "Mijn zus zei ooit: 'Stan, je hebt meer levens dan een kat'. Ik zei: 'Katten krijgen negen levens en gaan uiteindelijk gewoon dood'."
Ook Bill kampte met gezondheidsklachten, de reden waarom hij na decennia bij de brandweer en in het leger vroegtijdig met pensioen ging. "Kanker, twee keer, gerelateerd aan het WTC", zegt hij. Zijn belangrijkste les? "Niets is vanzelfsprekend", zegt hij. "Probeer goed te leven want je weet nooit wat er de volgende dag gebeurt."
"Ik denk niet dat ik een held ben, maar ik heb wel met helden gewerkt", zegt Bill. "Ik wou dat we meer mensen hadden kunnen redden. Maar we hebben alles gedaan wat menselijkerwijs mogelijk was."
Voor Gordon staat voorop dat het verhaal van 11 september niet mag worden vergeten. "Het is geschiedenis waar we tot op de dag van vandaag nog middenin zitten", zegt hij. "We dragen dit verhaal in ons hart en op onze schouders. Dat blijven we doen zolang we kunnen, maar er komt een dag dat wij er niet meer zijn. Dan moeten anderen het verhaal oppakken en verder dragen."