De naam van Ratko Mladić zal voor altijd verbonden blijven met de val van de moslimenclave Srebrenica. In juli 1995 vielen zijn Bosnisch-Servische troepen de beschermde enclave binnen en in de dagen daarna werden bijna 8400 Bosnische moslimjongens en -mannen vermoord. Het was de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
De voormalige Bosnisch-Servische generaal, die vandaag op 84-jarige leeftijd overleed, verbleef sinds 2011 in de gevangenis in Scheveningen. In 2017 werd hij door het Joegoslaviëtribunaal veroordeeld tot levenslang. Hij werd schuldig bevonden aan genocide en misdaden tegen de menselijkheid in de Bosnische burgeroorlog van 1992 tot 1995.
Op 11 juli 1995 reed Mladić het stadje Srebrenica binnen en verklaarde dat het nu "Servisch Srebrenica" was. Hij sprak van "een geschenk aan ons volk". "Eindelijk krijgen we onze wraak op de Turken in deze regio", zei hij voor de camera, verwijzend naar de 15de eeuw, toen Bosnië onderdeel werd van het Ottomaanse rijk.
De strijd tegen de Turks-Ottomaanse overheersers, die al voor de Eerste Wereldoorlog van de Balkan werden verdreven, vormde de basis van het Servische nationalisme van Mladić. Ook de Tweede Wereldoorlog speelde mee, toen de Duitse bezetter hulp kreeg van Kroatische fascisten, die honderdduizenden Serviërs vermoordden.
Schemerlamp
Van de Bosnische moslims in Srebrenica hadden velen hun toevlucht gezocht op de basis van de Nederlandse blauwhelmen, die namens de VN de enclave moesten beschermen. Mladić zei tegen commandant Karremans dat ze daar weg moesten. Met Nederlandse hulp werden de vrouwen en kinderen gescheiden van de mannen en in bussen naar moslimgebied gebracht. De meesten zouden hun man of vader nooit meer terugzien.
Het beeld van Mladić die Karremans naar huis stuurt met een schemerlamp voor zijn vrouw is een van de gênantste uit de Nederlandse geschiedenis.
25 jaar na de val van Srebrenica, in 2020, maakte de NOS er een serie over:
De 'slager van Bosnië', zoals Mladić ook wel werd genoemd, groeide op in Bosnië toen dat nog deel uitmaakte van Joegoslavië. Zijn vader, een communist, kwam in de Tweede Wereldoorlog om in de strijd van de partizanen tegen de Kroatische fascisten. Zijn moeder voedde Ratko en zijn broer en zus alleen op.
Mladić werd op zijn 19de beroepsmilitair in het Joegoslavische leger, waar hij in 1991 de rang van generaal bereikte, juist toen het land uiteenviel. Hij werd beschreven als iemand met een sterk karakter die geen tegenspraak duldde.
Hij werd militair commandant van de Bosnische Serviërs en werkte nauw samen met Radovan Karadžić, hun politiek leider.
De twee waren ervan overtuigd dat zij historisch in hun recht stonden. In 1992 riepen ze in Bosnië een eigen staat uit, de Republika Srpska. Ze wilden een zo groot mogelijk deel van Bosnië-Herzegovina veroveren in hun streven naar een 'Groot-Servië'.
Etnische zuivering
Gevoed door nationalisme werden de haatgevoelens tussen de bevolkingsgroepen aangewakkerd. Na de Tweede Wereldoorlog hadden Serviërs, Kroaten en Bosniakken (Bosnische moslims) - onder het ijzeren bewind van Tito - jarenlang vreedzaam samengeleefd. Er waren gemengde huwelijken gesloten en etniciteit was van ondergeschikt belang.
Maar plotseling werden moslims en Kroaten gedwongen hun dorpen te verlaten en waren marteling en verkrachting aan de orde van de dag. Bosnisch-Kroatische en moslimmannen werden opgesloten in concentratiekampen, waar ze werden gemarteld en uitgehongerd. Velen overleefden dat niet en hun lichamen werden gedumpt in massagraven.
Vrouwen, kinderen en ouderen kwamen terecht in vluchtelingenkampen in binnen- en buitenland. Hun dorpen waren etnisch gezuiverd en hun huizen ingenomen door Serviërs die uit andere gebieden in Bosnië waren gevlucht.
Mladić had ook de leiding over het beleg van Sarajevo, waar burgers continu onder vuur lagen van artillerie en sluipschutters. De belegering van de stad begon na het uitroepen van de onafhankelijkheid van Bosnië in april 1992 en duurde ruim 3,5 jaar.
Het leger van de Bosnische Serviërs - dat 180.000 manschappen telde - bestookte de stad vanuit de omringende bergen. Bijna 14.000 mensen in Sarajevo werden gedood, onder wie bijna 5500 burgers.
Persoonlijk drama
In 1994 beroofde Mladić' dochter Ana, een 23-jarige geneeskundestudent, zichzelf van het leven met het favoriete pistool van haar vader. Sommige media schreven dat zij depressief was en niet langer kon leven met de beschuldigingen van wreedheden aan het adres van haar vader. Andere media zeiden dat ze de rol die haar vader speelde niet meer aankon. Zelf hield Mladić vol dat ze door zijn tegenstanders was vermoord, maar daarvoor zijn geen aanwijzingen gevonden.
Zoon Darko zei in 2019 over zijn vader dat die het belangrijk vond dat je alles goed deed en dat je nooit mocht liegen, ook al was de waarheid nog zo moeilijk. Hij vertelde ook dat zijn vader een opvliegend karakter had. Darko bleef altijd geloven in zijn onschuld.
Held
Na de burgeroorlog wist Mladić met hulp van het Servische leger lang uit handen te blijven van de rechters van het Joegoslaviëtribunaal. Belgrado voelde er ook weinig voor de man die in de ogen van veel Serviërs een held was, uit te leveren. Maar Servië wilde lid worden van de Europese Unie en de druk om Mladić uit te leveren nam toe.
Servische troepen arresteerden hem uiteindelijk op 26 mei 2011 in Lazarevo, een dorp in het noorden van Servië, waar hij bij familie woonde. Hij had toen net zijn eerste hersenbloeding gehad. Een paar dagen later werd hij op het vliegtuig naar Den Haag gezet.
Hersenbloedingen
Het proces tegen Mladić werd verschillende keren uitgesteld. Eerst om hem de tijd te geven zijn dossier door te nemen, later omdat hij een andere advocaat eiste of te ziek was om in de rechtszaal te verschijnen.
Pas in 2012 ging het proces van start om in 2013 opnieuw te worden geschorst. Hij was toen vanwege nieuwe hersenbloedingen te ziek om terecht te staan.
Tijdens het proces hield de oud-legerleider vol dat hij slechts het Servische volk had gediend. "Net als mijn voorouders. Wij overleven altijd." Hij ontkende de genocide in Srebrenica en sprak van "een humanitaire evacuatie waarover alle partijen het eens waren".
Uit de rechtszaal verwijderd
Mladić werd op 22 november 2017 door het tribunaal in Den Haag veroordeeld tot levenslang wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid.
Halverwege de uitspraak wilde hij dat de uitspraak werd geschorst of versneld, vanwege zijn hoge bloeddruk. Toen de rechter dat afwees, schreeuwde hij: "Alles wat jullie zeggen is gelogen, vuile leugenaars, NAVO-tuig." Daarop liet de rechter hem uit de zaal verwijderen en moest hij de uitspraak in een andere ruimte volgen.
Gedurende het proces heeft hij geen enkel teken van berouw getoond voor zijn daden.
In 2021 werd het vonnis in hoger beroep bekrachtigd. Met de definitieve veroordeling van Ratko Mladić sloot het Joegoslaviëtribunaal zijn laatste zaak af.
In 2025 vroeg Mladić om medische redenen te worden vrijgelaten. Het VN-oorlogstribunaal oordeelde echter dat zijn toestand "broos, maar stabiel" was en dat daarmee geen noodzaak was ontstaan om hem vrij te laten.