Onrust rond de Perzische Golf raakt pensioenfondsen, maar vooralsnog beperkt
Nederlandse pensioenfondsen hebben last van de oorlog in de Perzische Golf. Door de onrust daalde de dekkingsgraad van ambtenarenpensioenfonds ABP in het eerste kwartaal van dit jaar naar 119,9 procent. Eind vorig jaar stond de dekking van het grootste pensioenfonds van Nederland nog op 123,5 procent.
Dit betekent dat het pensioenfonds wat minder geld in kas heeft om nu en in de toekomst pensioenen uit te keren. Met de dekkingsgraad ruim boven de 100 staat die wel ruim in de plus.
Bestuursvoorzitter Harmen van Wijnen spreekt van "een lastig eerste kwartaal", waarbij de pijn hem vooral in de laatste maand zat. "Januari en februari waren goede beleggingsmaanden. Maar het nieuws over de oorlog in Iran leidde tot dalingen op financiële markten. Rust en veiligheid in de wereld zorgen voor betere beleggingsresultaten voor het pensioen."
Wat is de dekkingsgraad?De dekkingsgraad van een pensioenfonds geeft aan of pensioenen van nu en in de toekomst uitbetaald kunnen worden. 100 procent betekent dat voor elke euro aan pensioenverplichtingen ook een euro in kas is. Onder de 100 betekent een tekort en meer dan 100 wil zeggen dat er genoeg geld is.
Bij een te lage dekkingsgraad moet het pensioenfonds de uitkering verlagen. Als de dekkingsgraad hoog genoeg is, kunnen de pensioenuitkeringen verhoogd worden.
Door onrust op de beurzen leed ABP een half procent verlies op alle beleggingen. Ook de dalende rente speelt een rol in het afnemen van de dekkingsgraad.
Pensioenfondsen gebruiken de rente op de financiële markten om te berekenen hoeveel geld ze in kas moeten hebben om alle pensioenen uit te keren. Als de rente hoger staat, is er minder vermogen nodig om tot een bepaald bedrag te komen. Bij een lagere rente is er dan dus meer nodig. De pensioenverplichtingen van ABP stegen naar 445 miljard euro.
MetaalfondsOok metaalfonds PME had in de eerste drie maanden last van de dalende koersen op de financiële markten. Het fonds voor bijna 630.000 deelnemers uit de metaal- en techindustrie behaalde met 0,3 procent nog een kleine winst. Toch daalde de dekkingsgraad van PME van 125,3 procent naar 121,5 procent.
Net als ABP moest ook PME zich indekken voor de gedaalde rente. "Door de renteafdekking in het afgelopen kwartaal verder te verhogen, voorkomen we dat de pensioenen van onze deelnemers vlak voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel onnodig kwetsbaar worden voor de grillen van de wereldmarkt", zegt bestuursvoorzitter Alae Laghrich.
Nieuwe stelselABP stapt begin volgend jaar over naar het nieuwe pensioenstelsel. Vanwege een regeling kon het fonds daardoor de pensioenen dit jaar flink verhogen. Daarvoor is een dekkingsgraad van minimaal 110 procent nodig. Anders is een extra verhoging dan niet mogelijk.
Vooralsnog gaat Van Wijnen er van uit dat dit lukt. Wel is de aanhoudende onrust een punt van zorg. "Op dit moment is de dekkingsgraad van 119,1 procent hoog genoeg. We houden dit goed in de gaten naar het moment van overstappen toe."
Waan van de dagOok PME-bestuurder Laghrich maakt zich vooralsnog geen grote zorgen. Hij benadrukt dat de financiële markten ook snel kunnen herstellen als de rust zou terugkeren in de Perzische Golf.
"Op moment van publicatie van dit bericht is onze dekkingsgraad alweer gestegen naar ongeveer 125 procent. Het laat de huidige realiteit zien, waarbij uitschieters naar boven en beneden wat vaker voorkomen. We laten ons nooit leiden door de waan van de dag, maar deze volatiliteit benadrukt wel waarom we onze reserves nu beschermen."
Fondsen die met de jaarwisseling al zijn overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel komen vandaag niet met hun dekkingsgraden. Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en Bpf Bouw en Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) stellen dat hun dekkingsgraden geen grote rol meer spelen nu deelnemers individuele pensioenpotjes hebben.
Zij zeggen wel "op een later moment" met informatie te komen over hun resultaten en ontwikkelingen.