Conceptdeal tussen VS en Iran roept nieuwe vraag op: wie heeft er gewonnen?
De VS begon de oorlog met de belofte om Iran tot vergaande concessies te dwingen. Maar nu er een conceptakkoord op tafel ligt, lijkt vooral Teheran veel van zijn belangrijkste eisen overeind te houden.
Een definitieve overeenkomst is nog ver weg. Op cruciale onderdelen liggen beide landen nog mijlenver uit elkaar. Bovendien waarschuwen politici in Teheran dat de recente vooruitgang niet moet worden overschat. Het proces blijft kwetsbaar en omkeerbaar.
Wat staat er in het conceptakkoord?Volgens diplomaten gaat het voorlopig om een raamwerk dat ruimte moet creëren voor verdere onderhandelingen. Het voorstel bevat onder meer een tijdelijk niet-aanvalsverdrag tussen Washington en Teheran. Gedurende zo'n zestig dagen zouden beide landen afzien van militaire aanvallen, terwijl verder wordt onderhandeld over veel moeilijkere dossiers, zoals het nucleaire programma van Iran, sancties en de toekomst van de Straat van Hormuz.
De zeestraat zou geleidelijk worden heropend voor scheepvaartverkeer. Ook wordt gesproken over toegang van Iran tot de helft van zijn bevroren buitenlandse tegoeden, die naar schatting in totaal zo'n 24 miljard dollar bedragen.
Opvallend is verder het idee van een internationaal investeringsfonds voor de wederopbouw van Iran. Volgens Iraanse bronnen van The New York Times zou dat fonds uiteindelijk kunnen oplopen tot 300 miljard dollar, een bedrag dat nog niet is bevestigd door andere betrokkenen.
De meest gevoelige kwestie, Irans verrijkt uranium, wordt doorgeschoven naar een volgende onderhandelingsronde.
Vanuit Teheran gezien: een verrassend sterke positieToen de oorlog in februari begon, waren de Amerikaanse eisen veel verdergaand. Washington wilde een einde aan het Iraanse nucleaire programma en zware beperkingen op de regionale invloed van Iran. Sommige Amerikaanse politici spraken zelfs openlijk over regimeverandering. Geen van die doelen is voorlopig bereikt.
Iran behoudt volgens de huidige voorstellen controle over zijn nucleaire infrastructuur. De verrijking zou hooguit tijdelijk worden bevroren. Ook blijft het voorlopig onduidelijk wat er uiteindelijk gebeurt met de bestaande uraniumvoorraad.
Voor veel Iraanse politici is dat cruciaal. De oorlog draait voor hen niet in de eerste plaats om sancties of kernenergie, maar om afschrikking en veiligheid - een garantie dat de VS niet opnieuw militair zal ingrijpen.
Volgens Ali Hashem, Iran-expert en onderzoeker bij Lancaster University, verklaart dat ook waarom Iran weinig haast maakt. "In Teheran leeft de overtuiging dat een akkoord pas waarde heeft als het echt veiligheid en economische verlichting oplevert. Daarom probeert Iran eerst tastbare stappen te zien, zoals toegang tot bevroren tegoeden en verlichting van de blokkade, voordat het verdergaande concessies doet."
Die benadering verklaart waarom Iran het proces bewust lijkt te vertragen. "In Iran geldt één principe: niets is overeengekomen totdat alles is overeengekomen", zegt Hashem. "Daarnaast wil ayatollah Mojtaba Khamenei dat alle belangrijkste machtscentra, van hervormers tot hardliners, achter het akkoord staan. Dat maakt de besluitvorming trager, maar moet voorkomen dat een deal later van binnenuit wordt ondermijnd."
In de schaduw van ObamaTrump kan wijzen naar de opening van de Straat van Hormuz en een tijdelijke bevriezing van delen van het Iraanse nucleaire programma. Maar vergeleken met het akkoord dat zijn voorganger Obama in 2015 sloot over het nucleaire programma van Iran, is de opbrengst nihil.
Destijds exporteerde Iran vrijwel zijn volledige voorraad verrijkt uranium, schroefde het zijn nucleaire programma fors terug en accepteerde het vergaande internationale inspecties. Nu lijkt Teheran zijn nucleaire infrastructuur grotendeels te behouden en hooguit tijdelijk te stoppen met verrijken.
Dat is politiek ongemakkelijk voor Trump, die zich in 2018 juist terugtrok uit Obama's nucleaire akkoord omdat het volgens hem niet streng genoeg was.
Het echte gevecht moet nog beginnenJuist dit gebrek aan een tastbare overwinning maakt veel diplomaten weinig optimistisch over een snel einde aan de oorlog. Er is nog geen akkoord over de definitieve toekomst van het nucleaire programma, de omvang van de sanctieverlichting of de rol van Iran in de regio.
Hashem wijst erop dat ook de situatie in Libanon nadrukkelijk deel uitmaakt van de Iraanse eisen. "Teheran ziet de veiligheid van Hezbollah en een einde aan het Israëlische offensief in Libanon als onderdeel van een breder regionaal akkoord."
Het grootste obstakel blijft echter het wederzijdse wantrouwen. Vooral in Teheran overheerst de vraag niet zozeer of een deal mogelijk is, maar of Washington zich er deze keer aan zal houden.
Zelfs als Trump groen licht geeft, eindigt deze oorlog dus niet automatisch met een duurzame vrede. Het huidige voorstel lijkt daarom meer op een soort pauze, terwijl de belangrijkste punten onopgelost blijven.