Het is 'een bende' rond de asielopvang: hoe komt dat, wat zijn de cijfers?
Het is opnieuw crisis rond de asielopvang in Nederland. Dat is met name zichtbaar bij het aanmeldcentrum in Ter Apel, dat momenteel noodgedwongen alleen de meest kwetsbaren binnen laat.
"Een bende" noemde premier Jetten de situatie. Hoe komt dat? Is er een piek in het aantal asielzoekers dat de grens overkomt? Of zijn er andere oorzaken? De meest recente cijfers op een rij.
Om met die instroom te beginnen: de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) becijfert die op een kleine 15.000 in de eerste vier maanden van dit jaar.
In bovenstaande grafiek is goed te zien dat op de coronajaren na (met name 2020) de instroom redelijk stabiel is. Er komen per jaar tussen de 30.000 en 50.000 asielzoekers naar Nederland.
Dat komt neer op circa 800 per week. Maar let op: dat betekent niet dat er wekelijks ook zoveel nieuwe asielaanvragen zijn. Dat is iets meer dan de helft. In die 800 zitten namelijk ook mensen die zich wegens gezinshereniging bij familieleden in Nederland mogen voegen en asielzoekers die een herhaalde aanvraag doen. "Nareizigers" gaan naar de woning die de statushouder toegewezen heeft gekregen, of naar opvang in en rond Zevenaar als er nog geen (geschikt) huis is.
Ook krijgen niet alle asielzoekers een verblijfsvergunning. Het 'inwilligingspercentage' is momenteel gemiddeld 32 procent.
Nederland is Europese 'middenmoter'Hoe verhoudt die instroom zich tot die in andere EU-landen? Net als bij de vorige opvangcrisis in 2022 zit Nederland afgezet tegen het aantal inwoners net boven het Europese gemiddelde. 'Grensstaten' als Griekenland, Italië en Spanje zitten er duidelijk boven; Oost-Europese en Scandinavische landen er duidelijk onder.
Sommige partijen in de Tweede Kamer vinden het eerlijker het aantal asielzoekers af te zetten tegen het aantal vierkante kilometers, omdat omdat Nederland nu al te vol zou zijn. Dan ontstaat een ander beeld.
Hoewel de instroom dus redelijk stabiel is, zitten asielzoekerscentra en andere opvanglocaties nokvol. Inmiddels zitten er meer dan 80.000 mensen in de opvang. Dat komt vooral doordat de uitstroom stokt.
Al jaren verblijven gemiddeld ongeveer 20.000 statushouders in de opvang, erkende vluchtelingen die wachten op een huis en daarom in azc's en noodopvang verblijven om een dak boven het hoofd te hebben. Als zij allemaal een woning zouden krijgen, zouden de opvangproblemen in één klap zijn opgelost. Maar dat lukt niet door de woningnood en de aanhoudende discussie over voorrang voor statushouders. En van de eerder aangekondigde 'doorstroomlocaties' komt ook nog niet veel terecht.
Bron van de huidige onrust is ook de grote afhankelijkheid van asielnoodopvang: tijdelijke oplossingen in bijvoorbeeld een sporthal of een hotel bij gebrek aan voldoende grotere azc's.
Omdat in Ter Apel permanent te veel mensen verblijven, moeten bestuurders vaak snel noodopvang ter beschikking stellen. Sommige omwonenden in plaatsen als Loosdrecht voelen zich daardoor overvallen.
Ook voor de bewoners van de noodopvang is het bepaald geen ideale oplossing: de leefomstandigheden zijn vaak ronduit slecht, met niet of nauwelijks privacy. Een reeks organisaties heeft de afgelopen jaren gewaarschuwd voor de gevolgen voor met name de duizenden kinderen.
De spreidingswet was bedoeld om hier juist wat rust te brengen: de opvang in permanente azc's zou eerlijker over het land worden gespreid zodat niet telkens noodverbanden moesten worden aangelegd. Maar de meeste gemeenten doen minder dan zij volgens de wet zouden moeten.
Volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR zijn op dit moment zo'n 120 miljoen mensen wereldwijd op de vlucht. Veruit de meesten worden in omliggende landen opgevangen. In Nederland komen de meeste asielzoekers uit landen waar het nu onrustig is. In de eerste vier maanden van dit jaar waren veruit de meeste nieuwe asielverzoeken van mensen met een 'onbekende nationaliteit'. Een groot deel komt uit de Palestijnse gebieden. Zij worden als 'staatloos' of 'onbekend' geregistreerd, omdat het gebied niet wordt erkend als land.
Een relatief klein deel komt uit veilige landen als Marokko of Algerije. Deze vluchtelingen komen in een versnelde procedure omdat ze weinig kans maken om in Nederland te blijven, zij misdragen zich bovengemiddeld vaak.
Bij de gezinsherenigingen zijn Syriërs veruit in de meerderheid, waarschijnlijk omdat enkele jaren geleden nog vrijwel alle asielaanvragen uit dat land werden goedgekeurd. Dit jaar kwamen er bijna 4600 familieleden van erkende asielzoekers uit Syrië naar Nederland. Op de tweede plaats staat Jemen, met 346 mensen.