Zorginstituut: medicijn tegen alzheimer werkt niet goed genoeg voor vergoeding
Het medicijn lecanemab tegen beginnende alzheimer werkt niet goed genoeg voor patiënten, concludeert het Zorginstituut. Mensen met de ziekte van Alzheimer gaan ondanks het gebruik van het medicijn nog steeds achteruit, terwijl er risico is op ernstige bijwerkingen.
Het Zorginstituut adviseert de minister van Volksgezondheid om lecanemab niet te vergoeden uit het basispakket. Vorig jaar gaf de Europese Commissie toestemming voor de handel in lecanemab in de Europese Unie.
Klein effectUit onderzoek blijkt dat het medicijn maar een klein effect heeft op de ziekte. Zelfs zo klein dat patiënten amper verschil merken na een behandeling. Daar komt bij dat een behandeling met lecanemab als zeer zwaar wordt ervaren, onder meer omdat er vele bezoeken aan het ziekenhuis voor nodig zijn. Ook komen maar weinig patiënten in aanmerking voor het medicijn.
In Nederland krijgt zo'n een op de vijf mensen dementie. De ziekte van Alzheimer is daarvan de meest voorkomende vorm. Ongeveer 217.000 Nederlanders hebben deze ongeneeslijke hersenziekte waarbij mensen informatie niet meer goed kunnen verwerken.
De oorzaken van alzheimer zijn nog niet helemaal duidelijk, maar wel bekend is dat patiënten eiwitophopingen hebben in de hersenen. Lecanemab hecht zich aan deze eiwitten, waardoor het lichaam ze gaat opruimen.
'Grote teleurstelling'Voor bestuursvoorzitter Mark Janssen van het Zorginstituut is het een domper dat het medicijn niet goed werkt. "Het is voor patiënten en hun dierbaren een grote teleurstelling dat dit medicijn geen doorbraak is. Het is te hopen dat die doorbraak er wel komt in de komende jaren. Want er zijn meer medicijnen voor alzheimer in ontwikkeling."
Alzheimer Nederland is teleurgesteld in het advies van het Zorginstituut. "We hebben te maken met het eerste medicijn dat ingrijpt op de hersenschade bij alzheimer", vertelt Wiesje van der Flier, directeur-bestuurder bij Alzheimer Nederland. "En hoewel er maar een bescheiden groep is die hiervoor in aanmerking komt, en het effect ook bescheiden is, hadden wij gewild dat deze groep ook de kans heeft om samen met de dokter te besluiten of ze het medicijn aan willen gaan."
Van der Flier benadrukt dat dit medicijn een eerste stap is en dat men zich moet afvragen wat je ervan kan verwachten. "De vraag is of een eerste middel gelijk een hele ziekte moet oplossen. Dat is niet haalbaar."