De EU gaat zijn doelen voor het opgraven en produceren van kritieke grondstoffen niet halen. Dat concludeert de Europese Rekenkamer in een nieuw rapport. Kritieke grondstoffen zoals kobalt, magnesium en zeldzame aardmetalen zijn nodig voor de energietransitie.
Het gaat om 34 grondstoffen die onder meer gebruikt worden voor batterijen, windturbines en zonnepanelen. Ook in de zorg en bij defensie zijn deze grondstoffen hard nodig.
Tegenwoordig importeren de EU-landen dit uit een klein aantal landen - vaak China, de VS en Turkije. Dat maakt de EU geopolitiek en economisch kwetsbaar.
"De EU kan drie dingen doen om dit tegen te gaan: de import verspreiden, meer zelf gaan produceren en al gedolven mineralen beter recyclen", zegt Keit Pentus-Rosimannus van de Europese Rekenkamer. "We kunnen nu concluderen dat het lastig blijft op alle drie terreinen."
Weinig opgeleverd
Zo moeten bedrijven die mineralen willen delven en raffineren nog steeds "heel lang" wachten in Europa. "Het kan soms wel dertig jaar duren om een nieuwe mijn te openen", geeft Pentus-Rosimannus als voorbeeld.
Volgens de Europese doelen moet over vier jaar 10 procent van alle kritieke grondstoffen uit eigen bodem worden gehaald. Dat doel haalt Europa niet, concludeert de Rekenkamer.
EU-redacteur Roemer Ockhuijsen:
"De conclusies van de Europese Rekenkamer zijn geen fijne boodschap voor de EU. De Unie probeert door alle geopolitieke spanningen minder afhankelijk te worden van grootmachten als China en de VS. Maar de Rekenkamer tempert alvast de verwachtingen: op de korte termijn moeten we daar op het gebied van grondstoffen niet te veel van verwachten.
De Europese Commissie heeft afgelopen jaren al flink ingezet op meer autonomie door te investeren in meer winning en verwerking in de EU zelf en door nieuwe partnerschappen te sluiten met landen die over belangrijke grondstoffen beschikken. Zo hoopt de EU minder kwetsbaar te zijn, wanneer bijvoorbeeld China besluit de grondstoffenkraan dicht te draaien.
Maar de Commissie moet nog echt aan de bak, zegt de Rekenkamer nu. Want die maatregelen leveren nog veel te weinig op."
De EU heeft een aantal strategische partnerschappen gesloten met landen om de import van kritieke grondstoffen te verspreiden over meer landen. Bijvoorbeeld Australië, Oekraïne en Canada. Ook die partnerschappen hebben weinig opgeleverd. "Dat komt deels door politieke ontwikkelingen. Toen Rusland besloot om een oorlog te starten tegen Oekraïne, viel de import van mineralen naar de EU in principe stil", zegt een onderzoeker van de Rekenkamer.
Nederland kan bijdragen met afval
Het is al lang bekend dat er weinig tot geen kritieke materialen in de Nederlandse grond zitten. Maar doordat Nederland een relatief rijk land is, hebben we wel geopolitiek interessant afval: smartphones, computers, zonnepanelen en batterijen zijn vol kritieke grondstoffen. Daar zitten kansen, volgens de Rekenkamer.
Elektronisch schroot is volgens de onderzoekers "het laaghangende fruit". Het doel is dat 25 procent van alle kritieke materialen die worden gebruikt in Europa afkomstig zijn uit recycling. "De vooruitzichten zijn echter niet rooskleurig", schrijft de Rekenkamer. Dit zou deels komen doordat veel Europees afval wordt geëxporteerd en verwerkt in andere landen.
"De recycling-industrie buiten Europa is vaak goedkoper", zegt Stef Blok, voormalig minister en nu lid van de Rekenkamer. "Minder milieuregels en lagere energiekosten in andere landen zorgen ervoor dat ons afval wordt geëxporteerd. En met minder afval heb je ook minder mogelijkheden om materiaal te recyclen."
Politiek vraagstuk
Nu is de Europese Commissie aan zet om strenger beleid te ontwerpen, wil Europa minder afhankelijk worden van andere werelddelen. "Op het vlak van recycling kan je je bijvoorbeeld voorstellen dat je de export van geopolitiek interessant afval verbiedt", zegt Stef Blok. "Het is aan beleidsmakers om te bepalen hoe ze hiermee verder willen", zegt hij, doelend op het Europees Parlement en de lidstaten.
Op het vlak van mijnbouw moeten de vergunningsprocedures echt sneller, zegt de Rekenkamer. Maar hoe precies, dat laten ze aan de lidstaten. "En we zijn helder: vergunningsprocessen moeten korter - maar niet makkelijker - worden", onderstreept Keit Pentus-Rosimannus.
Volgens haar betekenen kortere vergunningsprocessen voor mijnbouw niet dat de natuur en lokale gemeenschappen in gevaar komen. "Mensen vergeten het soms: mijnbouw betekent tegenwoordig iets anders dan in de negentiende eeuw. In Europa moet dit kunnen met oog voor bescherming van natuur en mensen in de omgeving."