Agressie in de zorg blijft ondanks maatregelen groot probleem
Ondanks allerlei initiatieven voor het terugdringen van agressie in de zorg blijft het onverminderd vaak voorkomen. Bijna zes van de tien medewerkers in de zorg- en welzijnssector zeiden in 2024 dat ze te maken hadden gehad met agressie door patiënten of hun familie en vrienden, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Ten opzichte van een vorige meting uit 2020 is er nagenoeg geen verschil. Ook in 2019, het jaar voor de covid-pandemie uitbrak, lag dat percentage op zo'n 60 procent.
In 2024 legden zorgverleners door het hele land 2 minuten het werk neer uit protest tegen geweld tegen zorgverleners. Het was een reactie op een fatale steekpartij van een ggz-medewerker in Heerlen.
Ziekenhuizen zijn strenger gaan optreden bij agressie tegen hun personeel en er zijn meldpunten opgezet waar medewerkers agressie-incidenten kunnen melden. Ook zetten steeds meer zorginstellingen beveiligers in.
Deze zorgmedewerkers deelden vorige maand hun ervaringen met Nieuwsuur:
In de Tweede Kamer werden de afgelopen jaren diverse malen Kamervragen gesteld over agressie in de zorg. Zoals in 2023 over agressie in de jeugdzorg, in 2024 over agressie bij spoedeisende hulpartsen en in 2025 over agressie bij zorgmedewerkers in het algemeen. En in juni vorig jaar lanceerde de Rijksoverheid de campagne 'Blijf jezelf, tel even tot 11'. Maar het heeft dus allemaal niet geleid tot minder agressie tegen medewerkers in de zorg- en welzijnszorg.
Uit de enquête van het CBS onder zorgpersoneel blijkt dat bijna de helft van de medewerkers die agressie ervoer, te maken kreeg met verbale agressie, zoals schreeuwen en schelden. Een kwart van hen meldde pestgedrag en een op de vijf medewerkers in de zorg en welzijnssector had te maken met fysieke agressie. Bedreiging of intimidatie werd door zo'n 10 procent van de zorgmedewerkers genoemd.
Vooral sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders hebben vaak te maken met agressie. Bijna acht op de tien medewerkers in deze beroepsgroep melden dit. Sociaal werkers en groeps- en woonbegeleiders zijn vaak werkzaam in de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg. Verzorgenden ervaren relatief vaak seksuele intimidatie en fysieke agressie. Specialisten, zoals maatschappelijk werkers en psychologen, vooral bedreiging en discriminatie.
Mannen vaker gestalktHet aandeel mannen en vrouwen in de sector zorg en welzijn dat te maken krijgt met agressie van patiënten of hun naasten is ongeveer even groot. Tussen de specifieke vormen van agressie bestaan wel verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo krijgen mannen vaker te maken met bedreiging of intimidatie, zoals stalken, chanteren, dreigbrieven of dreiging naar gezinsleden.
Vrouwen hebben juist weer vaker te maken met seksuele intimidatie. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om nafluiten, seksueel getinte opmerkingen, blikken en handtastelijkheden tot aanranding of zelfs verkrachting. Verder hebben jongere werknemers vaker te maken met agressie door patiënten of hun naasten dan oudere collega's.
Ook hebben werknemers in zorg en welzijn die een te hoge werkdruk ervaren vaker te maken met agressie door patiënten dan collega's die hun werkdruk als goed ervaren: 68 procent tegen 54 procent.
Ook last van collega'sNiet alleen de patiënten en hun naasten kunnen lastig zijn, zo'n een op de drie medewerkers zegt ook last te hebben van collega's of leidinggevenden. Het gaat dan meestal om pestgedrag, zoals beledigen, treiteren, bespotten, roddelen of buitensluiten.
Toch zijn zorgmedewerkers die te maken hebben met agressie bijna net zo enthousiast over hun werk als hun collega's die hier niet mee te maken hebben. Wel hebben ze vaker last van psychische vermoeidheid: 19 procent zegt zich opgebrand te voelen door het werk, tegen 12 procent van werknemers die niet met agressie te maken hebben. Ook zeggen ze vaker gefrustreerd te zijn over hun werk.