Met het overlijden van Ellis Brandon in 2024 leek de laatste Engelandvaarder uit de Tweede Wereldoorlog te zijn overleden, maar er is nu een oud-strijder opgedoken die nog in leven is.
Diederik van Overbeek (102) was bekend bij het Museum Engelandvaarders in Noordwijk, maar informatie over zijn leven na de oorlog ontbrak. Totdat zijn dochter Pauline onlangs op Facebook reageerde op de pagina van het museum.
Daarop schreef ze dat haar vader zich afvroeg of hij misschien de oudste nog levende Engelandvaarder was. Het museum is erg blij met het contact.
16 jaar
Van Overbeek maakte op 14 mei 1940 het bombardement op Rotterdam mee. Nadat hij had geholpen met de opruimwerkzaamheden besloot hij samen met zijn Joodse buurjongen Ben Slier naar Engeland te gaan. "Ik was 16 jaar en na de invasie door de nazi's wilde ik geen dwangarbeider worden in Duitsland of Rusland", vertelt hij via een videoverbinding vanuit zijn woning in Caledonia in de Amerikaanse staat Michigan.
Waar andere Engelandvaarders via de Noordzee of via Zweden reisden, kozen zij voor de zuidelijke route via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. In Spanje werden ze gearresteerd. Ze overleefden drie gevangenissen en twee strafkampen. Na hun vrijlating bereikten ze Madrid, maar konden niet verder omdat hun Portugese visum was verlopen.
Engelandvaarders
Engelandvaarders zijn Nederlanders die in 1940 na de capitulatie voor nazi-Duitsland naar Engeland probeerden te reizen om zich aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten. Een deel van hen stierf onderweg of werd gevangengenomen.
Van de naar schatting ruim 2000 mannen en vrouwen die Engeland bereikten, gingen velen in militaire dienst. Anderen werkten voor de Nederlandse regering in ballingschap of voor een geheime dienst. Van die laatste groep voerden sommigen gevaarlijke missies uit in bezet gebied.
Veel Engelandvaarders werden als militair van de Nederlandse Prinses Irene Brigade, de Britse luchtmacht of Britse marine ingezet bij de invasie van Normandië in 1944, waarmee de bevrijding van West-Europa begon.
Van Overbeeks buurjongen Slier besloot terug te keren naar Nederland, waar hij gevangen werd gezet in onder meer het Oranjehotel en Kamp Amersfoort. Aan het eind van de oorlog ontsnapte hij uit het concentratiekamp Mauthausen in het huidige Oostenrijk. Hij vond onderdak bij het Oostenrijkse gezin van zijn latere echtgenote, waar hij de oorlog overleefde.
Ondertussen had Van Overbeek in 1943 alsnog Engeland bereikt. Door zijn opleiding als bankwerker kon hij aan de slag als onderhoudsmonteur bij de Britse luchtmacht, de Royal Air Force. Voor zijn moed en doorzettingsvermogen werd hij in 1944 onderscheiden met het Kruis van Verdienste.
'Vijand kan vriend worden'
Dat hij naar alle waarschijnlijkheid de oudste nog levende Engelandvaarder is, vindt hij bijzonder, maar geen prestatie: "Ik ben de last man standing, maar het enige wat ik doe is ouder worden."
Voorzitter Paul Bartelings van het museum vindt het belangrijk dat zijn verhaal verteld wordt. "Een jongeman van 16, die dit besluit, dat zegt iets aan de jonge generatie die nu leeft. Wat kan jij doen om de vrijheid te verdedigen, de vrede en de rechtsstaat te beschermen? Een jongeman die zoiets doet, totaal onvoorbereid, zonder opleiding of communicatiemiddelen, is heel inspirerend voor velen van ons."
Van Overbeek wil de jonge generatie graag iets meegeven: "Blijf leren en blijf lezen. En je ziet hoe het kan lopen: de Duitsers waren onze ergste vijand in de oorlog, maar je vijand kan je beste vriend worden."
Online ontmoeting
Tijdens zijn jaren in Engeland leerde hij de Britse Marjorie Bowman kennen. Ze trouwden en vestigden zich in 1956 in de Amerikaanse staat Michigan. Ze kregen drie dochters. Van Overbeek werkte tot zijn 70e als elektricien.
Museum Engelandvaarders heeft na het contact met Diederik van Overbeek ook contact gezocht met Michel Slier, de zoon van Ben, die in Indonesië woont. Binnenkort ontmoeten beide families elkaar online om na al die jaren verhalen te delen.
Nieuwsbrief WO II
Geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog? Abonneer je dan hier op onze nieuwsbrief.